verschuilen
werkwoord vərˈsxœylə(n)Betekenis
- zich ~ zich aan het zicht proberen te onttrekken
- zich ~ zich aan zijn verantwoordelijkheden onttrekken door iets of iemand anders als de verantwoordelijke aan te wijzen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je verschuilen uit?
/vərˈsxœylən/
Verschuilen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| œy | huis |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verschuilen
verschuilenhele werkwoord — verschoolverleden tijd enkelvoud — verscholenverleden tijd meervoud — verscholenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verschuil | verschool |
| jij | verschuilt | verschool |
| hij, zij, het | verschuilt | verschool |
| wij | verschuilen | verscholen |
| jullie | verschuilen | verscholen |
| zij | verschuilen | verscholen |
Alle 72 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| te verscholen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verschuilen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verschuilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verscholen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verscholen | verleden tijd, deelwoord |
| verscholen je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verscholen ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verscholen te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verscholen zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verscholen zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verschool | verleden tijd |
| verschool je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschool me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschool u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verschool u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschool zich | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verschool zich | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschool zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschuil | gebiedende wijs |
| verschuil me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verschuil u/je , verschuilt je | gebiedende wijs |
| verschuilde | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschuilde | verleden tijd |
| verschuilde | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verschuilde | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschuilde | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschuilde | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschuilden | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschuilden | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschuilden | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschuile | aanvoegende wijs |
| verschuile zich | aanvoegende wijs |
| verschuilen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschuilen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschuilen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschuilend | onvoltooid, deelwoord |
| verschuilt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verschuilt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschuilt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschuilt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verschuilt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschuilt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| zal me verschuilen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich verschuilen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verschuilen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verscholen hebben | verleden tijd |
| zich verschuilend | onvoltooid, deelwoord |
| zou verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je verschuilen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verschuilen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verschuilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zich verschuilen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u verschuilen | tweede persoon |
| zult u verschuilen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult verschuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult zich/u verschuilen | tweede persoon |
| zult zich/u verschuilen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van schuilen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verschuilen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verscholen | voltooid deelwoord | verschuilen |
| verschool | verleden tijd | verschuilen |
| verschuil | gebiedende wijs | verschuilen |
| verschuilde | verleden tijd | verschuilen |
| verschuilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verschuilen |
| verschuile | aanvoegende wijs | verschuilen |
| verschuilend | onvoltooid deelwoord | verschuilen |
| verschuilende | woordvorm | verschuilen |
| verschuilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verschuilen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verschuilen zijn vastgelegd.