vernemen
werkwoord vərˈnemə(n)Betekenis
- informatie ontvangen.
Hoe spreek je vernemen uit?
/vərˈnemən/
Vernemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| e | veel |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vernemen
vernemenhele werkwoord — vernamverleden tijd enkelvoud — vernamenverleden tijd meervoud — vernomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verneem | vernam |
| jij | verneemt | vernaamt |
| hij, zij, het | verneemt | vernam |
| wij | vernemen | vernamen |
| jullie | vernemen | vernamen |
| zij | vernemen | vernamen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vernomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vernomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vernomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vernomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vernomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vernomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vernomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vernomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vernomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vernemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vernemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernam | verleden tijd |
| verneem | gebiedende wijs |
| verneme | aanvoegende wijs |
| vernemend | onvoltooid, deelwoord |
| vernomen | verleden tijd, deelwoord |
| vernomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart vernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vernemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘horen, te weten komen’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van vernemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vernaamt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | vernemen |
| vernam | verleden tijd | vernemen |
| vernamen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vernemen |
| verneem | gebiedende wijs | vernemen |
| verneemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vernemen |
| verneme | aanvoegende wijs | vernemen |
| vernemend | onvoltooid deelwoord | vernemen |
| vernemende | woordvorm | vernemen |
| vernomen | voltooid deelwoord | vernemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernemen zijn vastgelegd.