Naar de inhoud

vernemen

informatie ontvangen.

vernemen

werkwoord vərˈnemə(n)

Betekenis

  1. informatie ontvangen.

Hoe spreek je vernemen uit?

/vərˈnemən/

Vernemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈnemən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
n nek
e veel
m maan
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vernemen

vernemenhele werkwoord — vernamverleden tijd enkelvoud — vernamenverleden tijd meervoud — vernomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verneem vernam
jij verneemt vernaamt
hij, zij, het verneemt vernam
wij vernemen vernamen
jullie vernemen vernamen
zij vernemen vernamen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vernomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vernomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vernomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vernomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vernomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vernomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vernomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vernomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vernomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vernomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vernomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vernomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vernomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vernomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vernomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vernomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vernemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vernemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernam verleden tijd
verneem gebiedende wijs
verneme aanvoegende wijs
vernemend onvoltooid, deelwoord
vernomen verleden tijd, deelwoord
vernomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vernomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vernomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vernomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vernomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart vernomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vernomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vernomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vernomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vernomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vernomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vernomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vernomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vernomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vernomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vernomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vernomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vernomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vernomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vernomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vernomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vernomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vernomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vernomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vernemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vernemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vernemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vernomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vernomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vernomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vernomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vernomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vernemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vernemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vernemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vernomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vernomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vernomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vernomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vernomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vernomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vernomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vernemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vernomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vernomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vernemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vernemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vernemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vernemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vernomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vernomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vernomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vernomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vernomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vernomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vernemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vernomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vernomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘horen, te weten komen’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Woordfamilie van vernemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vernaamt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon vernemen
vernam verleden tijd vernemen
vernamen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vernemen
verneem gebiedende wijs vernemen
verneemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vernemen
verneme aanvoegende wijs vernemen
vernemend onvoltooid deelwoord vernemen
vernemende woordvorm vernemen
vernomen voltooid deelwoord vernemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vernemen

Hoe spreek je vernemen uit?
De uitspraak van vernemen is: /vərˈnemə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent vernemen?
Vernemen is een werkwoord. Het woord betekent: informatie ontvangen.
Hoe vervoeg je vernemen?
Je vervoegt vernemen als volgt: de tegenwoordige tijd is verneem, de verleden tijd is vernam en het voltooid deelwoord is vernomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vernemen?

Op vernemen rijmen 18 woorden, onder andere overnemen, nemen en zemen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vernemen, uitspraak vərˈnemən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
overnemen 4
nemen 2
zemen 2
hernemen 3
gamen 2
kennisnemen 4
aandelensystemen 6
afscheidnemen 4
asielsystemen 5
bohemen 3
concessiesystemen 6
druksystemen 4
golgisystemen 5
invoeringsproblemen 6
ruimteproblemen 5
shamen 2
sovjetsystemen 5
uitlaatsystemen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vernemen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vernemen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vernemen in het kort

vernemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vernemen zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vernemen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vernemen: informatie ontvangen.
Deel vernemen — standaardnederlands.nl