hernemen
werkwoord /ɦɛr'nemə(n)/Betekenis
- opnieuw krijgen, opnieuw verkrijgen
- opnieuw opvoeren
- opnieuw de draad van het gesprek opnemen
- opnieuw innemen
- nemen wat men eerst heeft gegeven
Hoe spreek je hernemen uit?
/hɛrˈnemən/
Hernemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| n | nek |
| e | veel |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van hernemen
hernemenhele werkwoord — hernamverleden tijd enkelvoud — hernamenverleden tijd meervoud — hernomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herneem | hernam |
| jij | herneemt | hernaamt |
| hij, zij, het | herneemt | hernam |
| wij | hernemen | hernamen |
| jullie | hernemen | hernamen |
| zij | hernemen | hernamen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is hernomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was hernomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd hernomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt hernomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal hernomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal hernomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou hernomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou hernomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had hernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had hernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had hernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden hernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden hernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden hernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt hernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hernomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hernam | verleden tijd |
| herneem | gebiedende wijs |
| herneme | aanvoegende wijs |
| hernemend | onvoltooid, deelwoord |
| hernomen | verleden tijd, deelwoord |
| hernomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hernomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hernomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hernomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hernomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hernomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hernomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hernomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hernomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hernomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben hernomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hernemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hernemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart hernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren hernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren hernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren hernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was hernomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was hernomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was hernomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd hernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd hernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd hernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden hernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden hernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden hernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt hernomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word hernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden hernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden hernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden hernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt hernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt hernomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal hernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal hernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal hernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal hernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal hernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt hernomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou hernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou hernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou hernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou hernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou hernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou hernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden hernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden hernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden hernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden hernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden hernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt hernomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hernomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen hernemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen hernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen hernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen hernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen hernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen hernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult hernemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult hernomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hernomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hernomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van nemen met het voorvoegsel her-.
Woordfamilie van hernemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hernaamt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | hernemen |
| hernam | verleden tijd | hernemen |
| hernamen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hernemen |
| herneem | gebiedende wijs | hernemen |
| herneemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hernemen |
| herneme | aanvoegende wijs | hernemen |
| hernemend | onvoltooid deelwoord | hernemen |
| hernemende | woordvorm | hernemen |
| hernomen | voltooid deelwoord | hernemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hernemen zijn vastgelegd.