gamen
werkwoord ˈɡemə(n)Betekenis
- computerspel spelen
Hoe spreek je gamen uit?
/ˈgemən/
Gamen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| e | veel |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van gamen
gamenhele werkwoord — gamedeverleden tijd enkelvoud — gamedenverleden tijd meervoud — gegamedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | game | gamede |
| jij | gamet | gamede |
| hij, zij, het | gamet | gamede |
| wij | gamen | gameden |
| jullie | gamen | gameden |
| zij | gamen | gameden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gegamed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegamed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegamed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegamed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegamed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegamed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegamed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegamed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| game | gebiedende wijs |
| game | aanvoegende wijs |
| gamede | verleden tijd |
| gamend | onvoltooid, deelwoord |
| gegamed | verleden tijd, deelwoord |
| gegamed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegamed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gegamed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegamed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegamed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegamed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegamed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegamed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegamed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegamed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegamed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegamed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegamed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegamed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegamed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegamed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegamed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gamen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegamed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gamen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gegamed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegamed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegamed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou gamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegamed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegamed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegamed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gegamed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegamed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegamed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt gamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gegamed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen gamen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gegamed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegamed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegamed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult gamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gegamed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van game met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van gamen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gamede | verleden tijd | gamen |
| gameden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gamen |
| gamend | onvoltooid deelwoord | gamen |
| gamende | woordvorm | gamen |
| gamet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gamen |
| gegamed | voltooid deelwoord | gamen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gamen zijn vastgelegd.