vergunnen
werkwoordBetekenis
- toestaan, toestemming verlenen.
Vervoeging van vergunnen
vergunnenhele werkwoord — vergundeverleden tijd enkelvoud — vergundenverleden tijd meervoud — vergundvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergun | vergunde |
| jij | vergunt | vergunde |
| hij, zij, het | vergunt | vergunde |
| wij | vergunnen | vergunden |
| jullie | vergunnen | vergunden |
| zij | vergunnen | vergunden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergund | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergund | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergund | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergund | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergund worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergund zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergund worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergund zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergunnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergunnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergun | gebiedende wijs |
| vergund | verleden tijd, deelwoord |
| vergund te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergund te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergund te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergund te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergund te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergund worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergund zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergund zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergund zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergund zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergunde | verleden tijd |
| vergunne | aanvoegende wijs |
| vergunnend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vergund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergund zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergund zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergund zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergund zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vergund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergund zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergund zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vergund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vergund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergund zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergund zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergund zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergunnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vergund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergund zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van gunnen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vergunnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergun | gebiedende wijs | vergunnen |
| vergund | voltooid deelwoord | vergunnen |
| vergunde | verleden tijd | vergunnen |
| vergunden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergunnen |
| vergunne | aanvoegende wijs | vergunnen |
| vergunnend | onvoltooid deelwoord | vergunnen |
| vergunnende | woordvorm | vergunnen |
| vergunt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vergunnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergunnen zijn vastgelegd.