vergulden
werkwoordBetekenis
- een voorwerp bedekken met een dun laagje goud
Vervoeging van vergulden
verguldenhele werkwoord — vergulddeverleden tijd enkelvoud — vergulddenverleden tijd meervoud — verguldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verguld | verguldde |
| jij | verguldt | verguldde |
| hij, zij, het | verguldt | verguldde |
| wij | vergulden | verguldden |
| jullie | vergulden | verguldden |
| zij | vergulden | verguldden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verguld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verguld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verguld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verguld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verguld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verguld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verguld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verguld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verguld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verguld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verguld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verguld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verguld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verguld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verguld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verguld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verguld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergulden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergulden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verguld | gebiedende wijs |
| verguld | verleden tijd, deelwoord |
| verguld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verguld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verguld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verguld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verguld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verguld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verguld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verguld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verguld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verguld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verguldde | verleden tijd |
| vergulde | aanvoegende wijs |
| verguldend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verguld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verguld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verguld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verguld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verguld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verguld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verguld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verguld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verguld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verguld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verguld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verguld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verguld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verguld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verguld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verguld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verguld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verguld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verguld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verguld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verguld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verguld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verguld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verguld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verguld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verguld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verguld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verguld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verguld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verguld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verguld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verguld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verguld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verguld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verguld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verguld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verguld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verguld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verguld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verguld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verguld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verguld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verguld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verguld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verguld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verguld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergulden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verguld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verguld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verguld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergulden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van goud met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van vergulden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verguldde | verleden tijd | vergulden |
| verguldden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergulden |
| verguldend | onvoltooid deelwoord | vergulden |
| verguldende | woordvorm | vergulden |
| verguldt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vergulden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergulden zijn vastgelegd.