Naar de inhoud

vergulden

een voorwerp bedekken met een dun laagje goud

vergulden

werkwoord

Betekenis

  1. een voorwerp bedekken met een dun laagje goud

Vervoeging van vergulden

verguldenhele werkwoord — vergulddeverleden tijd enkelvoud — vergulddenverleden tijd meervoud — verguldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verguld verguldde
jij verguldt verguldde
hij, zij, het verguldt verguldde
wij vergulden verguldden
jullie vergulden verguldden
zij vergulden verguldden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verguld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verguld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verguld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verguld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verguld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verguld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verguld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verguld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verguld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verguld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verguld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verguld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verguld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verguld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verguld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verguld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verguld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verguld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verguld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verguld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verguld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verguld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verguld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verguld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verguld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verguld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verguld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verguld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergulden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergulden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verguld gebiedende wijs
verguld verleden tijd, deelwoord
verguld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verguld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verguld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verguld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verguld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verguld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verguld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verguld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verguld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verguld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verguldde verleden tijd
vergulde aanvoegende wijs
verguldend onvoltooid, deelwoord
waart verguld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verguld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verguld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verguld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verguld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verguld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verguld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verguld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verguld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verguld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verguld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verguld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verguld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verguld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verguld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verguld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verguld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verguld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verguld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verguld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verguld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verguld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verguld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verguld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verguld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verguld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verguld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergulden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergulden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergulden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verguld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verguld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verguld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verguld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verguld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verguld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verguld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verguld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verguld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verguld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verguld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verguld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verguld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergulden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergulden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergulden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verguld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verguld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verguld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verguld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verguld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verguld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verguld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verguld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verguld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergulden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergulden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergulden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verguld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verguld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verguld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergulden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verguld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verguld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verguld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verguld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verguld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verguld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verguld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verguld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verguld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergulden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergulden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergulden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergulden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verguld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verguld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verguld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergulden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van goud met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vergulden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verguldde verleden tijd vergulden
verguldden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vergulden
verguldend onvoltooid deelwoord vergulden
verguldende woordvorm vergulden
verguldt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vergulden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergulden zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vergulden

Wat betekent vergulden?
Vergulden is een werkwoord. Het woord betekent: een voorwerp bedekken met een dun laagje goud.
Hoe vervoeg je vergulden?
Je vervoegt vergulden als volgt: de tegenwoordige tijd is verguld, de verleden tijd is verguldde en het voltooid deelwoord is verguld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vergulden is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. U 4
  6. L 3
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vergulden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. U 2
  6. L 3
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vergulden in het kort

vergulden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vergulden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vergulden bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vergulden: een voorwerp bedekken met een dun laagje goud
Deel vergulden — standaardnederlands.nl