Naar de inhoud

keilen

ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert

keilen is meer dan één woord

keilen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɛilə(n)

Betekenis

  1. ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert
  2. gooien, smijten
  3. snel in grote hoeveelheid drinken

Hoe spreek je keilen uit?

/ˈkɛilən/

Keilen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɛilən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɛi trein
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van keilen

keilenhele werkwoord — keildeverleden tijd enkelvoud — keildenverleden tijd meervoud — gekeildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik keil keilde
jij keilt keilde
hij, zij, het keilt keilde
wij keilen keilden
jullie keilen keilden
zij keilen keilden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekeild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekeild impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekeild impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekeild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekeild worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekeild zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekeild worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekeild zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekeild verleden tijd, deelwoord
gekeild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekeild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekeild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekeild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekeild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekeild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekeild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekeild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekeild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekeild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekeild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekeild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekeild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekeild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekeild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekeild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekeild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keil gebiedende wijs
keilde verleden tijd
keile aanvoegende wijs
keilend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekeild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te keilen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen keilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekeild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekeild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekeild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal keilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal keilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal keilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekeild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekeild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekeild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou keilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou keilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou keilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekeild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekeild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekeild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden keilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden keilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden keilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekeild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt keilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekeild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekeild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekeild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen keilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen keilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen keilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen keilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekeild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult keilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord keil

Herkomst

In de betekenis van ‘langs het wateroppervlak werpen’ voor het eerst aangetroffen in 1406

Woordfamilie van keilen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekeild voltooid deelwoord keilen
gekeilde woordvorm keilen
keilde verleden tijd keilen
keilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon keilen
keile aanvoegende wijs keilen
keilend onvoltooid deelwoord keilen
keilende woordvorm keilen
keilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon keilen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keilen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over keilen

Hoe spreek ik keilen uit?
Zo spreek je keilen uit: /ˈkɛilə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van keilen?
Keilen is een werkwoord. De betekenis is: ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik keilen?
Zo vervoeg je keilen zo: de tegenwoordige tijd is keil, de verleden tijd is keilde en het voltooid deelwoord is gekeild. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op keilen?

Er staan 9 woorden in dit woordenboek die op keilen rijmen, waaronder zeilen, dweilen en kwijlen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op keilen, uitspraak ˈkɛilən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zeilen 2
dweilen 2
kwijlen 2
veilen 2
ontzeilen 3
kassiewijlen 4
leiderschapsstijlen 5
pijlen 2
wegzeilen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord keilen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. E 1
  3. I 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

keilen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. E 1
  3. I 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

keilen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

keilen in het kort

keilen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van keilen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort keilen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

keilen: ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert
Deel keilen — standaardnederlands.nl