Naar de inhoud

dweilen

met behulp van een dweil reinigen

dweilen is meer dan één woord

dweilen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdwɛilə(n)

Betekenis

  1. met behulp van een dweil reinigen

Hoe spreek je dweilen uit?

/ˈdwɛilən/

Dweilen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdwɛilən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
w quiz
ɛi trein
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van dweilen

dweilenhele werkwoord — dweildeverleden tijd enkelvoud — dweildenverleden tijd meervoud — gedweildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dweil dweilde
jij dweilt dweilde
hij, zij, het dweilt dweilde
wij dweilen dweilden
jullie dweilen dweilden
zij dweilen dweilden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dweil gebiedende wijs
dweilde verleden tijd
dweile aanvoegende wijs
dweilend onvoltooid, deelwoord
er is gedweild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedweild impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedweild impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedweild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedweild worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedweild zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedweild worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedweild zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedweild verleden tijd, deelwoord
gedweild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedweild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedweild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedweild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedweild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedweild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedweild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedweild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedweild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedweild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedweild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedweild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedweild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dweilen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedweild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dweilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dweilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dweilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dweilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedweild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedweild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedweild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dweilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dweilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dweilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dweilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dweilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dweilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dweilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedweild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dweilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dweilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dweilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dweilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedweild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedweild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedweild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dweilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedweild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord dweil

Herkomst

afgeleid van dweil met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van dweilen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dweilde verleden tijd dweilen
dweilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dweilen
dweile aanvoegende wijs dweilen
dweilend onvoltooid deelwoord dweilen
dweilende woordvorm dweilen
dweilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dweilen
gedweild voltooid deelwoord dweilen
gedweilde woordvorm dweilen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dweilen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over dweilen

Hoe spreek ik dweilen uit?
Zo spreek je dweilen uit: /ˈdwɛilə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van dweilen?
Dweilen is een werkwoord. De betekenis is: met behulp van een dweil reinigen.
Hoe vervoeg ik dweilen?
Zo vervoeg je dweilen zo: de tegenwoordige tijd is dweil, de verleden tijd is dweilde en het voltooid deelwoord is gedweild. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op dweilen?

In dit woordenboek rijmen 9 woorden op -len op dweilen, zoals zeilen, kwijlen en veilen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op dweilen, uitspraak ˈdwɛilən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zeilen 2
kwijlen 2
veilen 2
keilen 2
ontzeilen 3
kassiewijlen 4
leiderschapsstijlen 5
pijlen 2
wegzeilen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dweilen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. W 5
  3. E 1
  4. I 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dweilen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. W 5
  3. E 1
  4. I 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

dweilen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dweilen in het kort

dweilen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van dweilen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dweilen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dweilen: met behulp van een dweil reinigen
Deel dweilen — standaardnederlands.nl