Naar de inhoud

uitvoeren

exporteren (alle betekenissen)

uitvoeren is meer dan één woord

uitvoeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈœytfurə(n)

Betekenis

  1. exporteren (alle betekenissen)
  2. afhandelen, voltrekken, ten uitvoer brengen
  3. (software) runnen, een programma uitvoeren

Hoe spreek je uitvoeren uit?

/ˈœytfurən/

Uitvoeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytfurən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
f fiets
u boek
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. afhandelen, voltrekken transitive
  2. ten uitvoer brengen transitive
  3. runnen ww, een programma uitvoeren transitive

Vervoeging van uitvoeren

uitvoerenhele werkwoord — voerde uitverleden tijd enkelvoud — voerden uitverleden tijd meervoud — uitgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer uit voerde uit
jij voert uit voerde uit
hij, zij, het voert uit voerde uit
wij voeren uit voerden uit
jullie voeren uit voerden uit
zij voeren uit voerden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal voeren bijzin, toekomende tijd
uit zou voeren bijzin, voorwaardelijk
uit zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
uit zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen voeren bijzin, toekomende tijd
uit zult voeren bijzin, toekomende tijd
uitgevoerd verleden tijd, deelwoord
uitgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitvoer bijzin, tegenwoordige tijd
uitvoerde bijzin, verleden tijd
uitvoerden bijzin, verleden tijd
uitvoerend onvoltooid, deelwoord
uitvoert bijzin, tegenwoordige tijd
voer uit gebiedende wijs
voerde uit verleden tijd
waart uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitvoeren uit zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitvoeren bijzin, toekomende tijd
zult uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van uitvaren

Vervoeging van uitvoeren

uitvoerenhele werkwoord — voerde uitverleden tijd enkelvoud — voerden uitverleden tijd meervoud — uitgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer uit voerde uit
jij voert uit voerde uit
hij, zij, het voert uit voerde uit
wij voeren uit voerden uit
jullie voeren uit voerden uit
zij voeren uit voerden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal voeren bijzin, toekomende tijd
uit zou voeren bijzin, voorwaardelijk
uit zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
uit zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen voeren bijzin, toekomende tijd
uit zult voeren bijzin, toekomende tijd
uitgevoerd verleden tijd, deelwoord
uitgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitvoer bijzin, tegenwoordige tijd
uitvoerde bijzin, verleden tijd
uitvoerden bijzin, verleden tijd
uitvoerend onvoltooid, deelwoord
uitvoert bijzin, tegenwoordige tijd
voer uit gebiedende wijs
voerde uit verleden tijd
waart uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitvoeren uit zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitvoeren bijzin, toekomende tijd
zult uitgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord uitvoer

Herkomst

In de betekenis van ‘tot stand brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1580

Woordfamilie van uitvoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitvoerde subordinate-clause, verleden tijd uitvoeren
uitvoerden subordinate-clause, verleden tijd uitvoeren
uitvoere with-subordinate-clause uitvoeren
uitvoert subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitvoeren
voerde uit verleden tijd uitvoeren
voerden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitvoeren
voere uit woordvorm uitvoeren
voert uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitvoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitvoeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over uitvoeren

Hoe spreek je uitvoeren uit?
De uitspraak van uitvoeren is: /ˈœytfurə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uitvoeren?
Uitvoeren is een werkwoord. Het woord betekent: exporteren (alle betekenissen). Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitvoeren?
Je vervoegt uitvoeren als volgt: het voltooid deelwoord is uitgevoerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitvoeren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitvoeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitvoeren in het kort

uitvoeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitvoeren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitvoeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitvoeren: exporteren (alle betekenissen)
Deel uitvoeren — standaardnederlands.nl