Naar de inhoud

uitbrengen

doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk

uitbrengen

werkwoord

Betekenis

  1. doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk

Vervoeging van uitbrengen

uitbrengenhele werkwoord — bracht uitverleden tijd enkelvoud — brachten uitverleden tijd meervoud — uitgebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng uit bracht uit
jij brengt uit bracht uit
hij, zij, het brengt uit bracht uit
wij brengen uit brachten uit
jullie brengen uit brachten uit
zij brengen uit brachten uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bracht uit verleden tijd
breng uit gebiedende wijs
er is uitgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal brengen bijzin, toekomende tijd
uit zou brengen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen brengen bijzin, toekomende tijd
uit zult brengen bijzin, toekomende tijd
uitbracht bijzin, verleden tijd
uitbrachten bijzin, verleden tijd
uitbreng bijzin, tegenwoordige tijd
uitbrengend onvoltooid, deelwoord
uitbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
uitgebracht verleden tijd, deelwoord
uitgebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitbrengen bijzin, toekomende tijd
zal uitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou uitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitbrengen uit zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen uitbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen uitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult uitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en brengen ww

Woordfamilie van uitbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bracht uit verleden tijd uitbrengen
brachten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitbrengen
breng uit gebiedende wijs uitbrengen
brenge uit woordvorm uitbrengen
brengen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitbrengen
brengt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitbrengen
uitbracht subordinate-clause, verleden tijd uitbrengen
uitbrachten subordinate-clause, verleden tijd uitbrengen
uitbreng subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitbrengen
uitbrenge with-subordinate-clause uitbrengen
uitbrengend onvoltooid deelwoord uitbrengen
uitbrengende woordvorm uitbrengen
uitbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitbrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitbrengen

Wat is de betekenis van uitbrengen?
Uitbrengen is een werkwoord. De betekenis is: doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk.
Hoe vervoeg ik uitbrengen?
Zo vervoeg je uitbrengen zo: het voltooid deelwoord is uitgebracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitbrengen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitbrengen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. B 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitbrengen in het kort

uitbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitbrengen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitbrengen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitbrengen: doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk
Deel uitbrengen — standaardnederlands.nl