Naar de inhoud

realiseren

tot werkelijkheid maken

realiseren

werkwoord

Betekenis

  1. tot werkelijkheid maken
  2. een toon of serie tonen zo ten gehore brengen als het notenschrift dat voorschrijft
  3. zich iets ~: bewust zijn van een bepaald feit

werkwoord

  1. zich iets ~: bewust worden van een bepaald feit reflexive

Vervoeging van realiseren

realiserenhele werkwoord — realiseerdeverleden tijd enkelvoud — realiseerdenverleden tijd meervoud — gerealiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik realiseer realiseerde
jij realiseert realiseerde
hij, zij, het realiseert realiseerde
wij realiseren realiseerden
jullie realiseren realiseerden
zij realiseren realiseerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerealiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerealiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerealiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerealiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerealiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerealiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerealiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerealiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerealiseerd verleden tijd, deelwoord
gerealiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerealiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerealiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerealiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerealiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerealiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerealiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerealiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerealiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerealiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerealiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerealiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerealiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerealiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerealiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerealiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerealiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerealiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
realiseer gebiedende wijs
realiseer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
realiseer u/je , realiseert je gebiedende wijs
realiseerde verleden tijd
realiseerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
realiseerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
realiseerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
realiseerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
realiseerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
realiseerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
realiseerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
realiseerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
realiseerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
realiseerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
realiseert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
realiseert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
realiseert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
realiseert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
realiseert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
realiseert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
realisere aanvoegende wijs
realisere zich aanvoegende wijs
realiseren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
realiseren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
realiseren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
realiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerealiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te realiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen realiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerealiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerealiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerealiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerealiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerealiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerealiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerealiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerealiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerealiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerealiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerealiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerealiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerealiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me realiseren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal realiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal realiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal realiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich realiseren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je realiseren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gerealiseerd hebben verleden tijd
zich realiserend onvoltooid, deelwoord
zijn gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerealiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerealiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerealiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerealiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerealiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerealiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerealiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou realiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou realiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou realiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerealiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerealiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerealiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerealiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerealiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerealiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden realiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden realiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden realiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerealiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerealiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt realiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerealiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerealiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerealiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerealiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verwezenlijken’ voor het eerst aangetroffen in 1810

Woordfamilie van realiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
realiseer gebiedende wijs realiseren
realiseerde verleden tijd realiseren
realiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon realiseren
realiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon realiseren
realisere aanvoegende wijs realiseren
realiserend onvoltooid deelwoord realiseren
realiserende woordvorm realiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van realiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over realiseren

Wat is de betekenis van realiseren?
Realiseren is een werkwoord. De betekenis is: tot werkelijkheid maken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik realiseren?
Zo vervoeg je realiseren zo: de tegenwoordige tijd is realiseer, de verleden tijd is realiseerde en het voltooid deelwoord is gerealiseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord realiseren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. A 1
  4. L 3
  5. I 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

realiseren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. A 1
  4. L 3
  5. I 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

realiseren in het kort

realiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van realiseren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort realiseren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

realiseren: tot werkelijkheid maken
Deel realiseren — standaardnederlands.nl