realiseren
werkwoordBetekenis
- tot werkelijkheid maken
- een toon of serie tonen zo ten gehore brengen als het notenschrift dat voorschrijft
- zich iets ~: bewust zijn van een bepaald feit
werkwoord
- zich iets ~: bewust worden van een bepaald feit reflexive
Vervoeging van realiseren
realiserenhele werkwoord — realiseerdeverleden tijd enkelvoud — realiseerdenverleden tijd meervoud — gerealiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | realiseer | realiseerde |
| jij | realiseert | realiseerde |
| hij, zij, het | realiseert | realiseerde |
| wij | realiseren | realiseerden |
| jullie | realiseren | realiseerden |
| zij | realiseren | realiseerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerealiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerealiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerealiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerealiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerealiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerealiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerealiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerealiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerealiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerealiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerealiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerealiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerealiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerealiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerealiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerealiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerealiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerealiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerealiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerealiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| realiseer | gebiedende wijs |
| realiseer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| realiseer u/je , realiseert je | gebiedende wijs |
| realiseerde | verleden tijd |
| realiseerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| realiseerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| realiseerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| realiseerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| realiseerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| realiseerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| realiseerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| realiseerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| realiseerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| realiseerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| realiseert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| realiseert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| realiseert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| realiseert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| realiseert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| realiseert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| realisere | aanvoegende wijs |
| realisere zich | aanvoegende wijs |
| realiseren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| realiseren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| realiseren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| realiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerealiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te realiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen realiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerealiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerealiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerealiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me realiseren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich realiseren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je realiseren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gerealiseerd hebben | verleden tijd |
| zich realiserend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerealiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerealiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerealiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt realiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerealiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerealiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verwezenlijken’ voor het eerst aangetroffen in 1810
Woordfamilie van realiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| realiseer | gebiedende wijs | realiseren |
| realiseerde | verleden tijd | realiseren |
| realiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | realiseren |
| realiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | realiseren |
| realisere | aanvoegende wijs | realiseren |
| realiserend | onvoltooid deelwoord | realiseren |
| realiserende | woordvorm | realiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van realiseren zijn vastgelegd.