verrichten
werkwoordBetekenis
- een prestatie leveren
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van verrichten
verrichtenhele werkwoord — verrichtteverleden tijd enkelvoud — verrichttenverleden tijd meervoud — verrichtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verricht | verrichtte |
| jij | verricht | verrichtte |
| hij, zij, het | verricht | verrichtte |
| wij | verrichten | verrichtten |
| jullie | verrichten | verrichtten |
| zij | verrichten | verrichtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verricht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verricht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verricht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verricht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verricht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verricht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verricht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verricht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verricht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verricht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verricht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verricht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verricht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verricht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verricht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verricht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verricht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verrichten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verrichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verricht | gebiedende wijs |
| verricht | verleden tijd, deelwoord |
| verricht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verricht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verricht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verricht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verricht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verricht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verricht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verricht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verricht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verricht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verrichte | aanvoegende wijs |
| verrichtend | onvoltooid, deelwoord |
| verrichtte | verleden tijd |
| waart verricht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verricht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verricht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verricht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verricht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verricht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verricht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verricht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verricht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verricht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verricht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verricht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verricht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verricht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verricht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verricht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verricht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verricht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verricht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verricht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verricht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verricht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verricht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verricht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verricht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verricht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verricht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verricht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verricht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verricht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verricht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verricht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verricht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verricht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verricht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verricht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verricht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verricht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verricht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verricht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verricht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verricht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verricht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verricht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verricht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verricht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verrichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verricht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verricht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verricht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verrichten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘uitvoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1329
Woordfamilie van verrichten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verrichtend | onvoltooid deelwoord | verrichten |
| verrichtende | woordvorm | verrichten |
| verrichtte | verleden tijd | verrichten |
| verrichtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verrichten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrichten zijn vastgelegd.