uitvoer
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈœytfurBetekenis
- de verkoop van goederen aan het buitenland
- het verwerkelijken van iets
- naar buiten gebrachte informatie vanuit een applicatie
- een leiding die een vloeistof of gas naar buiten leidt
Hoe spreek je uitvoer uit?
/ˈœytfur/
Uitvoer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| f | fiets |
| u | boek |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitvoeren
Vervoeging van uitvoer
uitvoerhele werkwoord
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van uitvaren
Vervoeging van uitvoer
uitvoerhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en voer