uitspelen
werkwoord ˈœytspelə(n)Betekenis
- ten einde spelen
- spelen op het terrein van de tegenpartij
- (een tegenstander) uitschakelen door middel van een dribbel of een pass
Hoe spreek je uitspelen uit?
/ˈœytspelən/
Uitspelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- uitschakelen door middel van een dribbel of een pass transitive
Vervoeging van uitspelen
uitspelenhele werkwoord — speelde uitverleden tijd enkelvoud — speelden uitverleden tijd meervoud — uitgespeeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | speel uit | speelde uit |
| jij | speelt uit | speelde uit |
| hij, zij, het | speelt uit | speelde uit |
| wij | spelen uit | speelden uit |
| jullie | spelen uit | speelden uit |
| zij | spelen uit | speelden uit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgespeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgespeeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgespeeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgespeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgespeeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgespeeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgespeeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgespeeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgespeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| speel uit | gebiedende wijs |
| speelde uit | verleden tijd |
| te hebben uitgespeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitspelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te spelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen spelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal spelen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen spelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen spelen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult spelen | bijzin, toekomende tijd |
| uitgespeeld | verleden tijd, deelwoord |
| uitgespeeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgespeeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgespeeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgespeeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgespeeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgespeeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgespeeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgespeeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgespeeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgespeeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitspeel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitspeelde | bijzin, verleden tijd |
| uitspeelden | bijzin, verleden tijd |
| uitspeelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitspelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitspelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitgespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitspelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitspelen uit zou(dt) spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitspelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitspelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitspelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitspelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitspelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult uitgespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van uit en spelen
Woordfamilie van uitspelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speel uit | gebiedende wijs | uitspelen |
| speelde uit | verleden tijd | uitspelen |
| speelden uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitspelen |
| speelt uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitspelen |
| spele uit | woordvorm | uitspelen |
| spelen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitspelen |
| uitgespeeld | voltooid deelwoord | uitspelen |
| uitgespeelde | woordvorm | uitspelen |
| uitspeel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitspelen |
| uitspeelde | subordinate-clause, verleden tijd | uitspelen |
| uitspeelden | subordinate-clause, verleden tijd | uitspelen |
| uitspeelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitspelen |
| uitspele | with-subordinate-clause | uitspelen |
| uitspelend | onvoltooid deelwoord | uitspelen |
| uitspelende | woordvorm | uitspelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitspelen zijn vastgelegd.