Naar de inhoud

uitmelken

zo lang 'melken' dat er niets meer uit komt

uitmelken

werkwoord

Betekenis

  1. zo lang 'melken' dat er niets meer uit komt
  2. alles, de kleinste bijzonderheden uit iets (een onderwerp) of iemand halen

Vervoeging van uitmelken

uitmelkenhele werkwoord — molk uitverleden tijd enkelvoud — molken uitverleden tijd meervoud — uitgemolkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik melk uit molk uit
jij melkt uit molk uit
hij, zij, het melkt uit molk uit
wij melken uit molken uit
jullie melken uit molken uit
zij melken uit molken uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgemolken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgemolken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgemolken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgemolken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgemolken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgemolken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgemolken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgemolken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgemolken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgemolken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgemolken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgemolken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgemolken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgemolken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgemolken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgemolken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
melk uit gebiedende wijs
molk uit verleden tijd
te hebben uitgemolken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitmelken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te melken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen melken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal melken bijzin, toekomende tijd
uit zou melken bijzin, voorwaardelijk
uit zouden melken bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt melken bijzin, voorwaardelijk
uit zullen melken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen melken bijzin, toekomende tijd
uit zult melken bijzin, toekomende tijd
uitgemolken verleden tijd, deelwoord
uitgemolken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgemolken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgemolken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgemolken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgemolken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgemolken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgemolken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgemolken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgemolken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgemolken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitmelk bijzin, tegenwoordige tijd
uitmelkend onvoltooid, deelwoord
uitmelkt bijzin, tegenwoordige tijd
uitmolk bijzin, verleden tijd
uitmolken bijzin, verleden tijd
waart uitgemolken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgemolken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgemolken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgemolken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgemolken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgemolken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgemolken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgemolken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgemolken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgemolken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgemolken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgemolken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgemolken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitmelken bijzin, toekomende tijd
zijn uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgemolken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgemolken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgemolken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgemolken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgemolken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgemolken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgemolken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitmelken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitmelken uit zou(dt) melken bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgemolken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgemolken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgemolken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgemolken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgemolken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgemolken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitmelken bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgemolken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgemolken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitmelken bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgemolken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgemolken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgemolken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgemolken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgemolken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgemolken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgemolken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitmelken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitmelken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitmelken bijzin, toekomende tijd
zult uitgemolken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en melken

Woordfamilie van uitmelken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
melk uit gebiedende wijs uitmelken
melke uit woordvorm uitmelken
melken uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitmelken
melkt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitmelken
molk uit verleden tijd uitmelken
molken uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitmelken
uitgemolken voltooid deelwoord uitmelken
uitmelk subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitmelken
uitmelke with-subordinate-clause uitmelken
uitmelkend onvoltooid deelwoord uitmelken
uitmelkende woordvorm uitmelken
uitmelkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitmelken
uitmolk subordinate-clause, verleden tijd uitmelken
uitmolken subordinate-clause, verleden tijd uitmelken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitmelken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over uitmelken

Wat is de betekenis van uitmelken?
Uitmelken is een werkwoord. De betekenis is: zo lang 'melken' dat er niets meer uit komt. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitmelken?
Zo vervoeg je uitmelken zo: het voltooid deelwoord is uitgemolken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitmelken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitmelken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitmelken in het kort

uitmelken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitmelken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitmelken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitmelken: zo lang 'melken' dat er niets meer uit komt
Deel uitmelken — standaardnederlands.nl