Naar de inhoud

uitmalen

uit iets of naar buiten malen (ook droogmaken door water te pompen)

uitmalen

werkwoord

Betekenis

  1. uit iets of naar buiten malen (ook droogmaken door water te pompen)

Vervoeging van uitmalen

uitmalenhele werkwoord — maalde uitverleden tijd enkelvoud — maalden uitverleden tijd meervoud — uitgemalenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maal uit maalde uit
jij maalt uit maalde uit
hij, zij, het maalt uit maalde uit
wij malen uit maalden uit
jullie malen uit maalden uit
zij malen uit maalden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgemalen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgemalen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgemalen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgemalen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgemalen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgemalen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgemalen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgemalen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgemalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgemalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgemalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgemalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgemalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgemalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgemalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgemalen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maal uit gebiedende wijs
maalde uit verleden tijd
te hebben uitgemalen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitmalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te malen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen malen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal malen bijzin, toekomende tijd
uit zou malen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden malen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt malen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen malen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen malen bijzin, toekomende tijd
uit zult malen bijzin, toekomende tijd
uitgemalen verleden tijd, deelwoord
uitgemalen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgemalen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgemalen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgemalen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgemalen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgemalen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgemalen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgemalen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgemalen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgemalen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitmaal bijzin, tegenwoordige tijd
uitmaalde bijzin, verleden tijd
uitmaalden bijzin, verleden tijd
uitmaalt bijzin, tegenwoordige tijd
uitmalend onvoltooid, deelwoord
waart uitgemalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgemalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgemalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgemalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgemalen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgemalen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgemalen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgemalen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgemalen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgemalen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgemalen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgemalen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgemalen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitmalen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgemalen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgemalen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgemalen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgemalen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgemalen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgemalen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgemalen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitmalen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitmalen uit zou(dt) malen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgemalen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgemalen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgemalen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgemalen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgemalen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgemalen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitmalen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgemalen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgemalen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitmalen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgemalen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgemalen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgemalen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgemalen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgemalen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgemalen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgemalen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitmalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitmalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitmalen bijzin, toekomende tijd
zult uitgemalen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en malen ww

Woordfamilie van uitmalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maal uit gebiedende wijs uitmalen
maalde uit verleden tijd uitmalen
maalden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitmalen
maalt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitmalen
male uit woordvorm uitmalen
malen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitmalen
uitgemalen voltooid deelwoord uitmalen
uitmaal subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitmalen
uitmaalde subordinate-clause, verleden tijd uitmalen
uitmaalden subordinate-clause, verleden tijd uitmalen
uitmaalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitmalen
uitmale with-subordinate-clause uitmalen
uitmalend onvoltooid deelwoord uitmalen
uitmalende woordvorm uitmalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitmalen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitmalen

Wat is de betekenis van uitmalen?
Uitmalen is een werkwoord. De betekenis is: uit iets of naar buiten malen (ook droogmaken door water te pompen).
Hoe vervoeg ik uitmalen?
Zo vervoeg je uitmalen zo: het voltooid deelwoord is uitgemalen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitmalen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitmalen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitmalen in het kort

uitmalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitmalen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitmalen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitmalen: uit iets of naar buiten malen (ook droogmaken door water te pompen)
Deel uitmalen — standaardnederlands.nl