exploiteren
werkwoordBetekenis
- draaiende houden met winst
- gebruiken om niet financiële redenen
Vervoeging van exploiteren
exploiterenhele werkwoord — exploiteerdeverleden tijd enkelvoud — exploiteerdenverleden tijd meervoud — geëxploiteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | exploiteer | exploiteerde |
| jij | exploiteert | exploiteerde |
| hij, zij, het | exploiteert | exploiteerde |
| wij | exploiteren | exploiteerden |
| jullie | exploiteren | exploiteerden |
| zij | exploiteren | exploiteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geëxploiteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geëxploiteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geëxploiteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geëxploiteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geëxploiteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geëxploiteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geëxploiteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geëxploiteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| exploiteer | gebiedende wijs |
| exploiteerde | verleden tijd |
| exploitere | aanvoegende wijs |
| exploiterend | onvoltooid, deelwoord |
| geëxploiteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëxploiteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxploiteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxploiteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxploiteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxploiteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxploiteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxploiteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxploiteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxploiteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxploiteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxploiteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te exploiteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëxploiteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen exploiteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëxploiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geëxploiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëxploiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxploiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëxploiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geëxploiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxploiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëxploiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëxploiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxploiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxploiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxploiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxploiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxploiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëxploiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxploiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxploiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxploiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxploiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxploiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëxploiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxploiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen exploiteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëxploiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxploiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxploiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëxploiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxploiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxploiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult exploiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëxploiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëxploiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëxploiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘winstgevend maken’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Woordfamilie van exploiteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exploiteer | gebiedende wijs | exploiteren |
| exploiteerde | verleden tijd | exploiteren |
| exploiteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | exploiteren |
| exploiteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | exploiteren |
| exploitere | aanvoegende wijs | exploiteren |
| exploiterend | onvoltooid deelwoord | exploiteren |
| exploiterende | woordvorm | exploiteren |
| geëxploiteerd | voltooid deelwoord | exploiteren |
| geëxploiteerde | woordvorm | exploiteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exploiteren zijn vastgelegd.