Naar de inhoud

toestemmen

iets inwilligen of goedkeuren.

toestemmen

werkwoord

Betekenis

  1. iets inwilligen of goedkeuren.

Vervoeging van toestemmen

toestemmenhele werkwoord — stemde toeverleden tijd enkelvoud — stemden toeverleden tijd meervoud — toegestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stem toe stemde toe
jij stemt toe stemde toe
hij, zij, het stemt toe stemde toe
wij stemmen toe stemden toe
jullie stemmen toe stemden toe
zij stemmen toe stemden toe
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is toegestemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegestemd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegestemd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegestemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegestemd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegestemd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegestemd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegestemd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stem toe gebiedende wijs
stemde toe verleden tijd
te hebben toegestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toestemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te stemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal stemmen bijzin, toekomende tijd
toe zou stemmen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden stemmen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt stemmen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen stemmen bijzin, toekomende tijd
toe zult stemmen bijzin, toekomende tijd
toegestemd verleden tijd, deelwoord
toegestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toestem bijzin, tegenwoordige tijd
toestemde bijzin, verleden tijd
toestemden bijzin, verleden tijd
toestemmend onvoltooid, deelwoord
toestemt bijzin, tegenwoordige tijd
zal toegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toestemmen bijzin, toekomende tijd
zou toegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toestemmen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toestemmen toe zou(dt) stemmen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toestemmen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toestemmen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toestemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toestemmen bijzin, toekomende tijd
zult toegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toestemmen bijzin, toekomende tijd
zult/zal toestemmen toe zult/zal stemmen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe en stemmen

Woordfamilie van toestemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stem toe gebiedende wijs toestemmen
stemde toe verleden tijd toestemmen
stemden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toestemmen
stemme toe woordvorm toestemmen
stemmen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toestemmen
stemt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toestemmen
toegestemd voltooid deelwoord toestemmen
toestem subordinate-clause, tegenwoordige tijd toestemmen
toestemde subordinate-clause, verleden tijd toestemmen
toestemden subordinate-clause, verleden tijd toestemmen
toestemme with-subordinate-clause toestemmen
toestemmend onvoltooid deelwoord toestemmen
toestemmende woordvorm toestemmen
toestemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toestemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toestemmen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over toestemmen

Wat betekent toestemmen?
Toestemmen is een werkwoord. Het woord betekent: iets inwilligen of goedkeuren.
Hoe vervoeg je toestemmen?
Je vervoegt toestemmen als volgt: het voltooid deelwoord is toegestemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toestemmen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toestemmen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toestemmen in het kort

toestemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toestemmen zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toestemmen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toestemmen: iets inwilligen of goedkeuren.
Deel toestemmen — standaardnederlands.nl