Naar de inhoud

billijken

goedkeuren of toestaan

billijken

werkwoord /ˈbɪləkə(n)/

Betekenis

  1. goedkeuren of toestaan

Hoe spreek je billijken uit?

/ˈbɪləkən/

Billijken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɪləkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɪ pit
l land
ə de
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van billijken

billijkenhele werkwoord — billijkteverleden tijd enkelvoud — billijktenverleden tijd meervoud — gebillijktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik billijk billijkte
jij billijkt billijkte
hij, zij, het billijkt billijkte
wij billijken billijkten
jullie billijken billijkten
zij billijken billijkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
billijk gebiedende wijs
billijke aanvoegende wijs
billijkend onvoltooid, deelwoord
billijkte verleden tijd
er is gebillijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebillijkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebillijkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebillijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebillijkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebillijkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebillijkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebillijkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebillijkt verleden tijd, deelwoord
gebillijkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebillijkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebillijkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebillijkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebillijkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebillijkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebillijkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebillijkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebillijkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebillijkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebillijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebillijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebillijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebillijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebillijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebillijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebillijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebillijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te billijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebillijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen billijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebillijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebillijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebillijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebillijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebillijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebillijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebillijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebillijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal billijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal billijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal billijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebillijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebillijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebillijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebillijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebillijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebillijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou billijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou billijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou billijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebillijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebillijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebillijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebillijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebillijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebillijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden billijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden billijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden billijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebillijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebillijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebillijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebillijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebillijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebillijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt billijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebillijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebillijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen billijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen billijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen billijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen billijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebillijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebillijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebillijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebillijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebillijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebillijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult billijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebillijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebillijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebillijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van billijk met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van billijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
billijkend onvoltooid deelwoord billijken
billijkende woordvorm billijken
billijkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon billijken
billijkte verleden tijd billijken
billijkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon billijken
gebillijkt voltooid deelwoord billijken
gebillijkte woordvorm billijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van billijken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over billijken

Hoe spreek je billijken uit?
De uitspraak van billijken is: /ˈbɪləkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent billijken?
Billijken is een werkwoord. Het woord betekent: goedkeuren of toestaan.
Hoe vervoeg je billijken?
Je vervoegt billijken als volgt: de tegenwoordige tijd is billijk, de verleden tijd is billijkte en het voltooid deelwoord is gebillijkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord billijken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. I 1
  6. J 4
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

billijken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. L 3
  4. L 3
  5. I 2
  6. J 4
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

billijken in het kort

billijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van billijken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort billijken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

billijken: goedkeuren of toestaan
Deel billijken — standaardnederlands.nl