toegeven
werkwoord ˈtuɣɛvə(n)Betekenis
- toestaan
- erkennen
Hoe spreek je toegeven uit?
/ˈtuxɛvən/
Toegeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- erkennen, bekennen
Vervoeging van toegeven
toegevenhele werkwoord — gaf toeverleden tijd enkelvoud — gaven toeverleden tijd meervoud — toegegevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geef toe | gaf toe |
| jij | geeft toe | gaaft toe |
| hij, zij, het | geeft toe | gaf toe |
| wij | geven toe | gaven toe |
| jullie | geven toe | gaven toe |
| zij | geven toe | gaven toe |
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is toegegeven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegegeven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegegeven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegegeven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegegeven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegegeven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegegeven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegegeven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gaf toe | verleden tijd |
| geef toe | gebiedende wijs |
| had toegegeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegegeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegegeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegegeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegegeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegegeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegegeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toegegeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toegeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te geven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen geven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal geven | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou geven | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden geven | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt geven | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen geven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen geven | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult geven | bijzin, toekomende tijd |
| toegaaft | bijzin, verleden tijd |
| toegaf | bijzin, verleden tijd |
| toegaven | bijzin, verleden tijd |
| toegeef | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toegeeft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toegegeven | verleden tijd, deelwoord |
| toegegeven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegegeven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegevend | onvoltooid, deelwoord |
| zal toegegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toegeven | bijzin, toekomende tijd |
| zou toegegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toegeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toegeven toe zou(dt) geven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toegeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegegeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toegeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toegeven | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegegeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toegeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toegeven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal toegeven toe zult/zal geven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe en geven
Woordfamilie van toegeven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaf toe | verleden tijd | toegeven |
| gaven toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toegeven |
| geef toe | gebiedende wijs | toegeven |
| geeft toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toegeven |
| geve toe | woordvorm | toegeven |
| geven toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toegeven |
| toegaf | subordinate-clause, verleden tijd | toegeven |
| toegaven | subordinate-clause, verleden tijd | toegeven |
| toegeef | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toegeven |
| toegeeft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toegeven |
| toegegeven | voltooid deelwoord | toegeven |
| toegeve | with-subordinate-clause | toegeven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toegeven zijn vastgelegd.