beamen
werkwoord /bə'amə/Betekenis
- bevestigen dat men het eens is met iets, instemmen met
Hoe spreek je beamen uit?
/bəˈamə/
Beamen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| a | maan |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van beamen
beamenhele werkwoord — beaamdvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beaamd | verleden tijd, deelwoord |
| beaamde | verleden tijd |
werkwoord
- projecteren (met een beamer) transitive
Vervoeging van beamen
beamenhele werkwoord — gebeamdvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beamde | verleden tijd |
| gebeamd | verleden tijd, deelwoord |
Herkomst
werkwoord: In de betekenis van ‘instemmen met’ voor het eerst aangetroffen in 1678
werkwoord: Afgeleid van amen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beamen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beaam | woordvorm | beamen |
| beaamd | voltooid deelwoord | beamen |
| beaamde | verleden tijd | beamen |
| beaamden | woordvorm | beamen |
| beaamt | woordvorm | beamen |
| beame | woordvorm | beamen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beamen zijn vastgelegd.