Naar de inhoud

goedvinden

toestemming verlenen

goedvinden

werkwoord /'ɣutfɪndə(n)/

Betekenis

  1. toestemming verlenen

Hoe spreek je goedvinden uit?

/ˈxutfɪndən/

Goedvinden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxutfɪndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
u boek
t tak
f fiets
ɪ pit
n nek
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van goedvinden

goedvindenhele werkwoord — vond goedverleden tijd enkelvoud — vonden goedverleden tijd meervoud — goedgevondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vind goed vond goed
jij vindt goed vond goed
hij, zij, het vindt goed vond goed
wij vinden goed vonden goed
jullie vinden goed vonden goed
zij vinden goed vonden goed
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is goedgevonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was goedgevonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd goedgevonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt goedgevonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal goedgevonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal goedgevonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou goedgevonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou goedgevonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
goed te vinden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
goed te zullen vinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
goed zal vinden bijzin, toekomende tijd
goed zou vinden bijzin, voorwaardelijk
goed zouden vinden bijzin, voorwaardelijk
goed zoudt vinden bijzin, voorwaardelijk
goed zullen vinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
goed zullen vinden bijzin, toekomende tijd
goed zult vinden bijzin, toekomende tijd
goedgevonden verleden tijd, deelwoord
goedgevonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
goedgevonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
goedgevonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
goedgevonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
goedgevonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
goedgevonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
goedgevonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
goedgevonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
goedgevonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
goedgevonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
goedvind bijzin, tegenwoordige tijd
goedvindend onvoltooid, deelwoord
goedvindt bijzin, tegenwoordige tijd
goedvond bijzin, verleden tijd
goedvonden bijzin, verleden tijd
had goedgevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had goedgevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had goedgevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden goedgevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden goedgevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden goedgevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt goedgevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben goedgevonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben goedgevonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen goedvinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vind goed gebiedende wijs
vond goed verleden tijd
waart goedgevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren goedgevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren goedgevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren goedgevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was goedgevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was goedgevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was goedgevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt goedgevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal goedgevonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal goedgevonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal goedgevonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal goedgevonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal goedgevonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal goedvinden bijzin, toekomende tijd
zijn goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt goedgevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou goedgevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou goedgevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou goedgevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou goedgevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou goedgevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou goedgevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou goedvinden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) goedvinden goed zou(dt) vinden bijzin, voorwaardelijk
zouden goedgevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden goedgevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden goedgevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden goedgevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden goedgevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden goedgevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden goedvinden bijzin, voorwaardelijk
zoudt goedgevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt goedgevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt goedvinden bijzin, voorwaardelijk
zullen goedgevonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen goedgevonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen goedgevonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen goedgevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen goedgevonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen goedgevonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen goedgevonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen goedvinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen goedvinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen goedvinden bijzin, toekomende tijd
zult goedgevonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van goed en vinden

Woordfamilie van goedvinden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
goedgevonden voltooid deelwoord goedvinden
goedvind subordinate-clause, tegenwoordige tijd goedvinden
goedvinde with-subordinate-clause goedvinden
goedvindend onvoltooid deelwoord goedvinden
goedvindende woordvorm goedvinden
goedvindt subordinate-clause, tegenwoordige tijd goedvinden
goedvond subordinate-clause, verleden tijd goedvinden
goedvonden subordinate-clause, verleden tijd goedvinden
vind goed gebiedende wijs goedvinden
vinde goed woordvorm goedvinden
vinden goed aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon goedvinden
vindt goed aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon goedvinden
vond goed verleden tijd goedvinden
vonden goed aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon goedvinden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goedvinden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over goedvinden

Hoe spreek je goedvinden uit?
De uitspraak van goedvinden is: /'ɣutfɪndə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent goedvinden?
Goedvinden is een werkwoord. Het woord betekent: toestemming verlenen.
Hoe vervoeg je goedvinden?
Je vervoegt goedvinden als volgt: het voltooid deelwoord is goedgevonden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord goedvinden is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. V 4
  6. I 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

goedvinden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. V 4
  6. I 2
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

goedvinden in het kort

goedvinden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van goedvinden zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort goedvinden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

goedvinden: toestemming verlenen
Deel goedvinden — standaardnederlands.nl