Naar de inhoud

toeschijnen

de indruk maken die genoemd wordt

toeschijnen

werkwoord

Betekenis

  1. de indruk maken die genoemd wordt

Vervoeging van toeschijnen

toeschijnenhele werkwoord — scheen toeverleden tijd enkelvoud — schenen toeverleden tijd meervoud — toegeschenenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schijn toe scheen toe
jij schijnt toe scheen toe
hij, zij, het schijnt toe scheen toe
wij schijnen toe schenen toe
jullie schijnen toe schenen toe
zij schijnen toe schenen toe
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had toegeschenen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegeschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegeschenen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegeschenen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegeschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegeschenen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegeschenen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegeschenen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegeschenen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegeschenen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegeschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegeschenen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegeschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegeschenen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegeschenen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
scheen toe verleden tijd
schijn toe gebiedende wijs
te hebben toegeschenen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toeschijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te schijnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen schijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal schijnen bijzin, toekomende tijd
toe zou schijnen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden schijnen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt schijnen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen schijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen schijnen bijzin, toekomende tijd
toe zult schijnen bijzin, toekomende tijd
toegeschenen verleden tijd, deelwoord
toegeschenen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegeschenen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toescheen bijzin, verleden tijd
toeschenen bijzin, verleden tijd
toeschijn bijzin, tegenwoordige tijd
toeschijnend onvoltooid, deelwoord
toeschijnt bijzin, tegenwoordige tijd
zal toegeschenen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegeschenen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegeschenen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toeschijnen bijzin, toekomende tijd
zou toegeschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegeschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegeschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toeschijnen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toeschijnen toe zou(dt) schijnen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegeschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegeschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegeschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toeschijnen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegeschenen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toeschijnen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegeschenen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegeschenen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegeschenen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toeschijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toeschijnen bijzin, toekomende tijd
zult toegeschenen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toeschijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toeschijnen bijzin, toekomende tijd
zult/zal toeschijnen toe zult/zal schijnen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe en schijnen

Woordfamilie van toeschijnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
scheen toe verleden tijd toeschijnen
schenen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toeschijnen
schijn toe gebiedende wijs toeschijnen
schijne toe woordvorm toeschijnen
schijnen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toeschijnen
schijnt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toeschijnen
toegeschenen voltooid deelwoord toeschijnen
toescheen subordinate-clause, verleden tijd toeschijnen
toeschenen subordinate-clause, verleden tijd toeschijnen
toeschijn subordinate-clause, tegenwoordige tijd toeschijnen
toeschijne with-subordinate-clause toeschijnen
toeschijnend onvoltooid deelwoord toeschijnen
toeschijnende woordvorm toeschijnen
toeschijnt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toeschijnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeschijnen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over toeschijnen

Wat is de betekenis van toeschijnen?
Toeschijnen is een werkwoord. De betekenis is: de indruk maken die genoemd wordt.
Hoe vervoeg ik toeschijnen?
Zo vervoeg je toeschijnen zo: het voltooid deelwoord is toegeschenen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toeschijnen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 1
  8. J 4
  9. N 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toeschijnen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 2
  8. J 4
  9. N 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toeschijnen in het kort

toeschijnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toeschijnen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toeschijnen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toeschijnen: de indruk maken die genoemd wordt
Deel toeschijnen — standaardnederlands.nl