voorkomen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'vɔːr.ko.mə(n)/Betekenis
- met regelmaat ergens te vinden zijn
- voor het gerecht verschijnen
- soms gebeuren
- dunken, toeschijnen
- ervoor zorgen dat iets niet gebeurt.
- hoe men eruitziet
Hoe spreek je voorkomen uit?
/ˈvɔrkomən/
Voorkomen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| k | kat |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van voorkomen
voorkomenhele werkwoord — kwam voorverleden tijd enkelvoud — kwamen voorverleden tijd meervoud — voorgekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom voor | kwam voor |
| jij | komt voor | kwaamt voor |
| hij, zij, het | komt voor | kwam voor |
| wij | komen voor | kwamen voor |
| jullie | komen voor | kwamen voor |
| zij | komen voor | kwamen voor |
Alle 177 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er is voorkomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er was voorkomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er werd voorkomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt voorkomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voorgekomen worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal voorgekomen zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zal voorkomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voorkomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voorgekomen worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou voorgekomen zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| er zou voorkomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voorkomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorkomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom voor | gebiedende wijs |
| kwam voor | verleden tijd |
| te hebben voorkomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn voorgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voorkomen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voorkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voor te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voor zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| voorgekomen | verleden tijd, deelwoord |
| voorgekomen te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorgekomen zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkom | gebiedende wijs |
| voorkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorkome | aanvoegende wijs |
| voorkomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorkomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorkomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorkomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorkomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorkomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorkomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorkomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkomend | onvoltooid, deelwoord |
| voorkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| voorkwam | bijzin, verleden tijd |
| voorkwamen | bijzin, verleden tijd |
| vóórkomen | canonical |
| waart voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zal voorkomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorkomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorkomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voorkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn voorgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) voorkomen voor zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
Woordvorm
- ervoor zorgen dat iets niet gebeurt.
- voltooid deelwoord van voorkomen
Vervoeging van voorkomen
voorkomenhele werkwoord — kwam voorverleden tijd enkelvoud — kwamen voorverleden tijd meervoud — voorgekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom voor | kwam voor |
| jij | komt voor | kwaamt voor |
| hij, zij, het | komt voor | kwam voor |
| wij | komen voor | kwamen voor |
| jullie | komen voor | kwamen voor |
| zij | komen voor | kwamen voor |
Alle 178 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er is voorkomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er was voorkomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er werd voorkomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voorgekomen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt voorkomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voorgekomen worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal voorgekomen zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zal voorkomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voorkomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voorgekomen worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou voorgekomen zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| er zou voorkomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voorkomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorkomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom voor | gebiedende wijs |
| te hebben voorkomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn voorgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voorkomen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voorkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voor te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voor zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| voorgekomen | verleden tijd, deelwoord |
| voorgekomen te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorgekomen zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkom | gebiedende wijs |
| voorkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorkome | aanvoegende wijs |
| voorkomen | verleden tijd, deelwoord |
| voorkomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorkomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorkomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorkomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorkomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorkomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorkomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorkomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorkomend | onvoltooid, deelwoord |
| voorkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| voorkwam | verleden tijd |
| voorkwam | bijzin, verleden tijd |
| voorkwamen | bijzin, verleden tijd |
| voorkómen | canonical |
| waart voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voorkomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voorkomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voorkomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voorkomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zal voorkomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorkomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorkomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voorkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorkomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn voorgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voorkomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voorkomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorkomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) voorkomen voor zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorkomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
Herkomst
samenstelling van voor bw en komen ww **"voorkómen" als voltooid deelwoord: vervoeging van voorkomen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)
Woordfamilie van voorkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kom voor | gebiedende wijs | voorkomen |
| kome voor | woordvorm | voorkomen |
| komen voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | voorkomen |
| komt voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voorkomen |
| kwam voor | verleden tijd | voorkomen |
| kwamen voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voorkomen |
| voorgekomen | voltooid deelwoord | voorkomen |
| voorkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorkomen |
| voorkome | aanvoegende wijs | voorkomen |
| voorkomens | meervoud | voorkomen |
| voorkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorkomen |
| voorkwam | subordinate-clause, verleden tijd | voorkomen |
| voorkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | voorkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorkomen zijn vastgelegd.