toeschouwen
werkwoordBetekenis
- toekijken
Vervoeging van toeschouwen
toeschouwenhele werkwoord — schouwde toeverleden tijd enkelvoud — schouwden toeverleden tijd meervoud — toegeschouwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schouw toe | schouwde toe |
| jij | schouwt toe | schouwde toe |
| hij, zij, het | schouwt toe | schouwde toe |
| wij | schouwen toe | schouwden toe |
| jullie | schouwen toe | schouwden toe |
| zij | schouwen toe | schouwden toe |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegeschouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegeschouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegeschouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegeschouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegeschouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegeschouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegeschouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegeschouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeschouwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegeschouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegeschouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegeschouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegeschouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeschouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegeschouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schouw toe | gebiedende wijs |
| schouwde toe | verleden tijd |
| te hebben toegeschouwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toeschouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te schouwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen schouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal schouwen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou schouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden schouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt schouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen schouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen schouwen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult schouwen | bijzin, toekomende tijd |
| toegeschouwd | verleden tijd, deelwoord |
| toegeschouwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegeschouwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toeschouw | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toeschouwde | bijzin, verleden tijd |
| toeschouwden | bijzin, verleden tijd |
| toeschouwend | onvoltooid, deelwoord |
| toeschouwt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zal toegeschouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegeschouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegeschouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toeschouwen | bijzin, toekomende tijd |
| zou toegeschouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegeschouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegeschouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toeschouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toeschouwen toe zou(dt) schouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegeschouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegeschouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegeschouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toeschouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegeschouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toeschouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegeschouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegeschouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegeschouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toeschouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toeschouwen | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegeschouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toeschouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toeschouwen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal toeschouwen toe zult/zal schouwen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe en schouwen
Woordfamilie van toeschouwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schouw toe | gebiedende wijs | toeschouwen |
| schouwde toe | verleden tijd | toeschouwen |
| schouwden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toeschouwen |
| schouwe toe | woordvorm | toeschouwen |
| schouwen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toeschouwen |
| schouwt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toeschouwen |
| toegeschouwd | voltooid deelwoord | toeschouwen |
| toeschouw | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toeschouwen |
| toeschouwde | subordinate-clause, verleden tijd | toeschouwen |
| toeschouwden | subordinate-clause, verleden tijd | toeschouwen |
| toeschouwe | with-subordinate-clause | toeschouwen |
| toeschouwend | onvoltooid deelwoord | toeschouwen |
| toeschouwende | woordvorm | toeschouwen |
| toeschouwt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toeschouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeschouwen zijn vastgelegd.