toedichten
werkwoordBetekenis
- op onvoldoende gronden iemand als de maker of de bezitter aanmerken
- zeggen dat iemand een bepaalde eigenschap heeft zonder dat dat bewezen is
Vervoeging van toedichten
toedichtenhele werkwoord — dichtte toeverleden tijd enkelvoud — dichtten toeverleden tijd meervoud — toegedichtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dicht toe | dichtte toe |
| jij | dicht toe | dichtte toe |
| hij, zij, het | dicht toe | dichtte toe |
| wij | dichten toe | dichtten toe |
| jullie | dichten toe | dichtten toe |
| zij | dichten toe | dichtten toe |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dicht toe | gebiedende wijs |
| dichtte toe | verleden tijd |
| er is toegedicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegedicht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegedicht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegedicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegedicht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegedicht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegedicht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegedicht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegedicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegedicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegedicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegedicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegedicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegedicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegedicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegedicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toegedicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toedichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te dichten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen dichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal dichten | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou dichten | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden dichten | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt dichten | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen dichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen dichten | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult dichten | bijzin, toekomende tijd |
| toedicht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toedichtend | onvoltooid, deelwoord |
| toedichtte | bijzin, verleden tijd |
| toedichtten | bijzin, verleden tijd |
| toegedicht | verleden tijd, deelwoord |
| toegedicht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegedicht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegedicht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedicht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedicht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedicht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegedicht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegedicht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegedicht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegedicht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart toegedicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegedicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegedicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegedicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegedicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegedicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegedicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegedicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toedichten | bijzin, toekomende tijd |
| zal toegedicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegedicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegedicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegedicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toedichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou toegedicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) toedichten toe zou(dt) dichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toedichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegedicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegedicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegedicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegedicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegedicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegedicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toedichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegedicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegedicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen toedichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toedichten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen toegedicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegedicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegedicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegedicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegedicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegedicht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegedicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult toedichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toedichten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe en dichten
Woordfamilie van toedichten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dicht toe | gebiedende wijs | toedichten |
| dichte toe | woordvorm | toedichten |
| dichten toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toedichten |
| dichtte toe | verleden tijd | toedichten |
| dichtten toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toedichten |
| toedicht | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toedichten |
| toedichte | with-subordinate-clause | toedichten |
| toedichtend | onvoltooid deelwoord | toedichten |
| toedichtende | woordvorm | toedichten |
| toedichtte | subordinate-clause, verleden tijd | toedichten |
| toedichtten | subordinate-clause, verleden tijd | toedichten |
| toegedicht | voltooid deelwoord | toedichten |
| toegedichte | woordvorm | toedichten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toedichten zijn vastgelegd.