Naar de inhoud

toerekenen

aanrekenen, ten laste leggen

toerekenen

werkwoord

Betekenis

  1. aanrekenen, ten laste leggen
  2. toeschrijven

Vervoeging van toerekenen

toerekenenhele werkwoord — rekende toeverleden tijd enkelvoud — rekenden toeverleden tijd meervoud — toegerekendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reken toe rekende toe
jij rekent toe rekende toe
hij, zij, het rekent toe rekende toe
wij rekenen toe rekenden toe
jullie rekenen toe rekenden toe
zij rekenen toe rekenden toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegerekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegerekend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegerekend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegerekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegerekend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegerekend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegerekend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegerekend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegerekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegerekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegerekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegerekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegerekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegerekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegerekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegerekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reken toe gebiedende wijs
rekende toe verleden tijd
te hebben toegerekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toerekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te rekenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen rekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal rekenen bijzin, toekomende tijd
toe zou rekenen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden rekenen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt rekenen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen rekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen rekenen bijzin, toekomende tijd
toe zult rekenen bijzin, toekomende tijd
toegerekend verleden tijd, deelwoord
toegerekend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegerekend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegerekend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegerekend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegerekend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegerekend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegerekend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegerekend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegerekend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegerekend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toereken bijzin, tegenwoordige tijd
toerekende bijzin, verleden tijd
toerekenden bijzin, verleden tijd
toerekenend onvoltooid, deelwoord
toerekent bijzin, tegenwoordige tijd
waart toegerekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegerekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegerekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegerekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegerekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegerekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegerekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegerekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegerekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegerekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegerekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegerekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegerekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegerekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegerekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegerekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegerekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegerekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegerekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegerekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegerekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegerekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegerekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegerekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegerekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toerekenen bijzin, toekomende tijd
zijn toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegerekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegerekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegerekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegerekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegerekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegerekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegerekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toerekenen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toerekenen toe zou(dt) rekenen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegerekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegerekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegerekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegerekend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegerekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegerekend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toerekenen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegerekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegerekend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toerekenen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegerekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegerekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegerekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegerekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegerekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegerekend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegerekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toerekenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toerekenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toerekenen bijzin, toekomende tijd
zult toegerekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en rekenen ww

Woordfamilie van toerekenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
reken toe gebiedende wijs toerekenen
rekende toe verleden tijd toerekenen
rekenden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toerekenen
rekene toe woordvorm toerekenen
rekenen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toerekenen
rekent toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toerekenen
toegerekend voltooid deelwoord toerekenen
toegerekende woordvorm toerekenen
toereken subordinate-clause, tegenwoordige tijd toerekenen
toerekende subordinate-clause, verleden tijd toerekenen
toerekenden subordinate-clause, verleden tijd toerekenen
toerekene with-subordinate-clause toerekenen
toerekenend onvoltooid deelwoord toerekenen
toerekenende woordvorm toerekenen
toerekent subordinate-clause, tegenwoordige tijd toerekenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toerekenen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over toerekenen

Wat betekent toerekenen?
Toerekenen is een werkwoord. Het woord betekent: aanrekenen, ten laste leggen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je toerekenen?
Je vervoegt toerekenen als volgt: het voltooid deelwoord is toegerekend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toerekenen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toerekenen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 zonder bonus
  12. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toerekenen in het kort

toerekenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van toerekenen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toerekenen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toerekenen: aanrekenen, ten laste leggen
Deel toerekenen — standaardnederlands.nl