Naar de inhoud

toekennen

iemand iets ~ iemand uitkiezen en iets geven

toekennen

werkwoord

Betekenis

  1. iemand iets ~ iemand uitkiezen en iets geven

Vervoeging van toekennen

toekennenhele werkwoord — kende toeverleden tijd enkelvoud — kenden toeverleden tijd meervoud — toegekendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ken toe kende toe
jij kent toe kende toe
hij, zij, het kent toe kende toe
wij kennen toe kenden toe
jullie kennen toe kenden toe
zij kennen toe kenden toe
Alle 206 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is toegekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegekend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegekend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegekend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegekend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegekend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegekend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegekend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
had toegekend gekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegekend gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegekend gekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegekend gekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegekend gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegekend gekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt toegekend gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb toegekend gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben toegekend gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegekend gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegekend gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt toegekend gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft toegekend gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegekend gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ken toe gebiedende wijs
kende toe verleden tijd
kreeg toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
kreeg toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
kreeg toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
kreegt toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
kregen toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
kregen toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
kregen toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
krijg toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
krijgen toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
krijgen toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
krijgen toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krijgt toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
krijgt toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
te hebben toegekend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toekennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te kennen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen kennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal kennen bijzin, toekomende tijd
toe zou kennen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden kennen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt kennen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen kennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen kennen bijzin, toekomende tijd
toe zult kennen bijzin, toekomende tijd
toegekend verleden tijd, deelwoord
toegekend gekregen hebben infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegekend gekregen te hebben infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegekend gekregen te zullen hebben infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegekend gekregen zullen hebben infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegekend krijgen infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegekend te krijgen infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegekend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegekend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegekend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegekend te zullen krijgen infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegekend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegekend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegekend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegekend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegekend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegekend zullen krijgen infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegekend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegekend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toeken bijzin, tegenwoordige tijd
toekende bijzin, verleden tijd
toekenden bijzin, verleden tijd
toekennend onvoltooid, deelwoord
toekent bijzin, tegenwoordige tijd
waart toegekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegekend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegekend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegekend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegekend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegekend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toegekend gekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegekend gekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegekend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegekend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegekend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegekend krijgen enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegekend krijgen enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegekend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegekend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegekend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toekennen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toekennen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toekennen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toekennen bijzin, toekomende tijd
zijn toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegekend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegekend gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegekend gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegekend gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegekend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegekend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegekend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegekend krijgen enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegekend krijgen enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en kennen ww

Woordfamilie van toekennen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ken toe gebiedende wijs toekennen
kende toe verleden tijd toekennen
kenden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toekennen
kenne toe woordvorm toekennen
kennen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toekennen
kent toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toekennen
toeken subordinate-clause, tegenwoordige tijd toekennen
toekende subordinate-clause, verleden tijd toekennen
toekenden subordinate-clause, verleden tijd toekennen
toekenne with-subordinate-clause toekennen
toekennend onvoltooid deelwoord toekennen
toekennende woordvorm toekennen
toekent subordinate-clause, tegenwoordige tijd toekennen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toekennen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toekennen

Wat betekent toekennen?
Toekennen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand iets ~ iemand uitkiezen en iets geven.
Hoe vervoeg je toekennen?
Je vervoegt toekennen als volgt: het voltooid deelwoord is toegekend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toekennen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toekennen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toekennen in het kort

toekennen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toekennen zijn 121 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toekennen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toekennen: iemand iets ~ iemand uitkiezen en iets geven
Deel toekennen — standaardnederlands.nl