Naar de inhoud

toedienen

het doen opnemen van bijvoorbeeld een medicijn door iemand

toedienen

werkwoord ˈtudinə(n)

Betekenis

  1. het doen opnemen van bijvoorbeeld een medicijn door iemand

Hoe spreek je toedienen uit?

/ˈtudinən/

Toedienen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtudinən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
d dak
i riet
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van toedienen

toedienenhele werkwoord — diende toeverleden tijd enkelvoud — dienden toeverleden tijd meervoud — toegediendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dien toe diende toe
jij dient toe diende toe
hij, zij, het dient toe diende toe
wij dienen toe dienden toe
jullie dienen toe dienden toe
zij dienen toe dienden toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dien toe gebiedende wijs
diende toe verleden tijd
er is toegediend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegediend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegediend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegediend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegediend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegediend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegediend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegediend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegediend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben toegediend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toedienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te dienen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen dienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal dienen bijzin, toekomende tijd
toe zou dienen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden dienen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt dienen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen dienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen dienen bijzin, toekomende tijd
toe zult dienen bijzin, toekomende tijd
toedien bijzin, tegenwoordige tijd
toediende bijzin, verleden tijd
toedienden bijzin, verleden tijd
toedienend onvoltooid, deelwoord
toedient bijzin, tegenwoordige tijd
toegediend verleden tijd, deelwoord
toegediend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegediend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegediend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegediend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegediend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegediend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegediend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegediend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegediend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegediend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart toegediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegediend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegediend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegediend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegediend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegediend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toedienen bijzin, toekomende tijd
zal toegediend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegediend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegediend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegediend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegediend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegediend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toedienen bijzin, voorwaardelijk
zou toegediend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegediend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegediend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegediend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) toedienen toe zou(dt) dienen bijzin, voorwaardelijk
zouden toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toedienen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegediend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegediend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegediend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegediend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toedienen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegediend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegediend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen toedienen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toedienen bijzin, toekomende tijd
zullen toegediend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegediend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegediend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegediend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegediend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegediend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegediend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult toedienen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en dienen ww

Woordfamilie van toedienen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dien toe gebiedende wijs toedienen
diende toe verleden tijd toedienen
dienden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toedienen
diene toe woordvorm toedienen
dienen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toedienen
dient toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toedienen
toedien subordinate-clause, tegenwoordige tijd toedienen
toediende subordinate-clause, verleden tijd toedienen
toedienden subordinate-clause, verleden tijd toedienen
toediene with-subordinate-clause toedienen
toedienend onvoltooid deelwoord toedienen
toedienende woordvorm toedienen
toedient subordinate-clause, tegenwoordige tijd toedienen
toegediend voltooid deelwoord toedienen
toegediende woordvorm toedienen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toedienen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over toedienen

Hoe spreek ik toedienen uit?
Zo spreek je toedienen uit: /ˈtudinə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van toedienen?
Toedienen is een werkwoord. De betekenis is: het doen opnemen van bijvoorbeeld een medicijn door iemand.
Hoe vervoeg ik toedienen?
Zo vervoeg je toedienen zo: het voltooid deelwoord is toegediend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toedienen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toedienen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toedienen in het kort

toedienen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toedienen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toedienen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toedienen: het doen opnemen van bijvoorbeeld een medicijn door iemand
Deel toedienen — standaardnederlands.nl