systeem
zelfstandig naamwoord /siˈstem/Betekenis
- een uit meerdere interagerende onderdelen bestaand stelsel dat als geheel toegevoegde eigenschappen heeft
Hoe spreek je systeem uit?
/siˈstem/
Systeem bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| e | veel |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- methode om iets te doen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| systeempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| systeempjes | verkleinwoord, meervoud |
| systemen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stelsel, methode’ voor het eerst aangetroffen in 1735
Woordfamilie van systeem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| systeempje | verkleinwoord | systeem |
| systeempjes | verkleinwoord meervoud | systeem |
| systemen | meervoud | systeem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van systeem zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- systeemanalist
- systeemanalyse
- systeembank
- systeembeheer
- systeembeheerder
- systeembekisting
- systeembenadering
- systeembouw
- systeembouwer
- systeemdenken
- systeemdiagnose
- systeemdiagnostiek
- systeemdwang
- systeemeigenschap
- systeemgericht
- systeemintegratie
- systeeminterventie
- systeemleer
- systeemloos
- systeemmeubelen
- systeemmodel
- systeemonderzoek
- systeemontwerp
- systeemontwerper