claim
zelfstandig naamwoord, werkwoord klemBetekenis
- aanspraak op vergoeding van schade
- recht op bepaald stuk grond
- beweren dat een bepaalde stelling waar is
Hoe spreek je claim uit?
/klem/
Claim bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| e | veel |
| m | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| claimpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| claimpjes | verkleinwoord, meervoud |
| claims | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van claimen
- gebiedende wijs van claimen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van claimen
Vervoeging van claim
claimhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vordering’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Woordfamilie van claim
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| claimpje | verkleinwoord | claim |
| claimpjes | verkleinwoord meervoud | claim |
| claims | meervoud | claim |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van claim zijn vastgelegd.