systeembouwer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bouwer van systeembouw
- een bouwer van computersystemen
- een bouwer van filosofische systemen
- een bouwer van informatiesystemen
- een bouwer van wetenschappelijke systemen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| systeembouwers | meervoud |
| systeembouwertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| systeembouwertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van systeem en bouwer
Woordfamilie van systeembouwer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| systeembouwers | meervoud | systeembouwer |
| systeembouwertje | verkleinwoord | systeembouwer |
| systeembouwertjes | verkleinwoord meervoud | systeembouwer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van systeembouwer zijn vastgelegd.