leem
zelfstandig naamwoord, werkwoord lemBetekenis
- kleiachtige, in vochtige toestand plastische grond met een zandgehalte groter dan 20%
- (België) spar|sparre-, dennennaald, naald van een conifeer
- (België) scheef, d.w.z. stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)
Hoe spreek je leem uit?
/lem/
Leem bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| m | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] leem | canonical |
zelfstandig naamwoord
- sparre-, dennennaald, naald van een conifeer
- scheef, d.w.z. stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lemen
- gebiedende wijs van lemen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lemen
Vervoeging van leem
leemhele werkwoord