stuwen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- voortbewegen door te duwen, opduwen, voortstuwen
- in een ruimte pakken of bergen, stouwen, verstouwen
- door een stuwdam tegenhouden
Vervoeging van stuwen
stuwenhele werkwoord — stuwdeverleden tijd enkelvoud — stuwdenverleden tijd meervoud — gestuwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stuw | stuwde |
| jij | stuwt | stuwde |
| hij, zij, het | stuwt | stuwde |
| wij | stuwen | stuwden |
| jullie | stuwen | stuwden |
| zij | stuwen | stuwden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestuwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestuwd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestuwd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestuwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestuwd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestuwd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestuwd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestuwd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestuwd | verleden tijd, deelwoord |
| gestuwd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestuwd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestuwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestuwd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestuwd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestuwd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestuwd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestuwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestuwd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestuwd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stuw | gebiedende wijs |
| stuwde | verleden tijd |
| stuwe | aanvoegende wijs |
| stuwend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stuwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stuw
Herkomst
In de betekenis van ‘voortduwen, stroom tegenhouden’ voor het eerst aangetroffen in 1348
Woordfamilie van stuwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestuwd | voltooid deelwoord | stuwen |
| gestuwde | woordvorm | stuwen |
| stuwde | verleden tijd | stuwen |
| stuwden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stuwen |
| stuwe | aanvoegende wijs | stuwen |
| stuwt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stuwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stuwen zijn vastgelegd.