Naar de inhoud

stuwen

voortbewegen door te duwen, opduwen, voortstuwen

stuwen is meer dan één woord

stuwen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. voortbewegen door te duwen, opduwen, voortstuwen
  2. in een ruimte pakken of bergen, stouwen, verstouwen
  3. door een stuwdam tegenhouden

Vervoeging van stuwen

stuwenhele werkwoord — stuwdeverleden tijd enkelvoud — stuwdenverleden tijd meervoud — gestuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stuw stuwde
jij stuwt stuwde
hij, zij, het stuwt stuwde
wij stuwen stuwden
jullie stuwen stuwden
zij stuwen stuwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestuwd verleden tijd, deelwoord
gestuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stuw gebiedende wijs
stuwde verleden tijd
stuwe aanvoegende wijs
stuwend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stuw

Herkomst

In de betekenis van ‘voortduwen, stroom tegenhouden’ voor het eerst aangetroffen in 1348

Woordfamilie van stuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestuwd voltooid deelwoord stuwen
gestuwde woordvorm stuwen
stuwde verleden tijd stuwen
stuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stuwen
stuwe aanvoegende wijs stuwen
stuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stuwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over stuwen

Wat is de betekenis van stuwen?
Stuwen is een werkwoord. De betekenis is: voortbewegen door te duwen, opduwen, voortstuwen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik stuwen?
Zo vervoeg je stuwen zo: de tegenwoordige tijd is stuw, de verleden tijd is stuwde en het voltooid deelwoord is gestuwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stuwen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. U 4
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stuwen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. U 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stuwen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stuwen in het kort

stuwen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van stuwen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stuwen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stuwen: voortbewegen door te duwen, opduwen, voortstuwen
Deel stuwen — standaardnederlands.nl