stuw
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een vaste waterkering die het water, van een deel van een rivier of een stuwmeer, pas bij het bereiken van een bepaalde waterhoogte laat wegstromen doordat de dam overstroomt of door het openen van schuiven of deuren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stuwen | meervoud |
| stuwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stuwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stuwen
- gebiedende wijs van stuwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stuwen
Vervoeging van stuw
stuwhele werkwoord
Woordfamilie van stuw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stuwtje | verkleinwoord | stuw |
| stuwtjes | verkleinwoord meervoud | stuw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stuw zijn vastgelegd.