Naar de inhoud

versperren

de toegankelijkheid van een weg ongedaan maken

versperren

werkwoord

Betekenis

  1. de toegankelijkheid van een weg ongedaan maken

Vervoeging van versperren

versperrenhele werkwoord — versperdeverleden tijd enkelvoud — versperdenverleden tijd meervoud — versperdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik versper versperde
jij verspert versperde
hij, zij, het verspert versperde
wij versperren versperden
jullie versperren versperden
zij versperren versperden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben versperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent versperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is versperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was versperd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd versperd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt versperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal versperd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal versperd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou versperd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou versperd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had versperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had versperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had versperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden versperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden versperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden versperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt versperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb versperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben versperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben versperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt versperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is versperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is versperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben versperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te versperren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen versperren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versper gebiedende wijs
versperd verleden tijd, deelwoord
versperd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versperd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versperd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versperd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versperd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versperd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versperd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versperd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versperd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
versperd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versperde verleden tijd
versperre aanvoegende wijs
versperrend onvoltooid, deelwoord
waart versperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren versperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was versperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was versperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was versperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd versperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd versperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd versperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden versperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden versperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden versperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt versperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word versperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden versperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden versperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden versperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt versperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt versperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal versperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal versperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal versperd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versperd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versperren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal versperren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal versperren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn versperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn versperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn versperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt versperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou versperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versperd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versperd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou versperd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versperd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versperd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versperd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versperren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou versperren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou versperren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden versperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versperd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versperd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versperd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versperd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versperd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versperd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versperren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versperren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versperren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt versperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versperd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versperd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versperren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen versperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versperd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versperd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versperd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versperren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen versperren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versperren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versperren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult versperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versperd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versperren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘afsluiten door het plaatsen van een hindernis’ voor het eerst aangetroffen in 1338

Woordfamilie van versperren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
versper gebiedende wijs versperren
versperd voltooid deelwoord versperren
versperde verleden tijd versperren
versperden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon versperren
versperre aanvoegende wijs versperren
versperrend onvoltooid deelwoord versperren
versperrende woordvorm versperren
verspert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon versperren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versperren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over versperren

Wat betekent versperren?
Versperren is een werkwoord. Het woord betekent: de toegankelijkheid van een weg ongedaan maken.
Hoe vervoeg je versperren?
Je vervoegt versperren als volgt: de tegenwoordige tijd is versper, de verleden tijd is versperde en het voltooid deelwoord is versperd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord versperren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. P 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

versperren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. P 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

versperren in het kort

versperren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van versperren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort versperren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

versperren: de toegankelijkheid van een weg ongedaan maken
Deel versperren — standaardnederlands.nl