strijd
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een handgemeen
- een militair treffen, kamp, veldslag
zelfstandig naamwoord — masculine
- een politieke twist
- een ruzie
- sportwedstrijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strijden | meervoud |
| strijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijden
- gebiedende wijs van strijden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijden
Vervoeging van strijd
strijdhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gevecht’ voor het eerst aangetroffen in 1220
Woordfamilie van strijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strijdje | verkleinwoord | strijd |
| strijdjes | verkleinwoord meervoud | strijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strijd zijn vastgelegd.