Naar de inhoud

snuffen

de neus ophalen

snuffen

werkwoord

Betekenis

  1. de neus ophalen
  2. snuffelen, lucht opsnuiven, rondzoeken

Vervoeging van snuffen

snuffenhele werkwoord — snufteverleden tijd enkelvoud — snuftenverleden tijd meervoud — gesnuftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snuf snufte
jij snuft snufte
hij, zij, het snuft snufte
wij snuffen snuften
jullie snuffen snuften
zij snuffen snuften
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesnuft verleden tijd, deelwoord
gesnuft te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnuft zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnuft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnuft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnuft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnuft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnuft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnuft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnuft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnuft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnuft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnuft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnuft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnuft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnuft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnuft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnuft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snuf gebiedende wijs
snuffe aanvoegende wijs
snuffend onvoltooid, deelwoord
snufte verleden tijd
te hebben gesnuft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snuffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snuffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesnuft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnuft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnuft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snuffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snuffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snuffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesnuft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnuft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnuft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snuffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snuffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snuffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnuft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnuft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnuft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snuffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snuffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snuffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnuft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snuffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnuft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnuft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnuft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snuffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snuffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snuffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snuffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnuft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snuffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

intensief van snuiven

Woordfamilie van snuffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnuft voltooid deelwoord snuffen
snuffe aanvoegende wijs snuffen
snuffend onvoltooid deelwoord snuffen
snuffende woordvorm snuffen
snuft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snuffen
snufte verleden tijd snuffen
snuften aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snuffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snuffen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over snuffen

Wat betekent snuffen?
Snuffen is een werkwoord. Het woord betekent: de neus ophalen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je snuffen?
Je vervoegt snuffen als volgt: de tegenwoordige tijd is snuf, de verleden tijd is snufte en het voltooid deelwoord is gesnuft. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snuffen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. U 4
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snuffen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. U 2
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snuffen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snuffen in het kort

snuffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van snuffen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort snuffen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

snuffen: de neus ophalen
Deel snuffen — standaardnederlands.nl