snuif
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- fijngemalen tabak om op te snuiven
zelfstandig naamwoord — masculine
- kleine hoeveelheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snuifje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snuifjes | verkleinwoord, meervoud |
| snuiven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snuiven
- gebiedende wijs van snuiven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snuiven
Vervoeging van snuif
snuifhele werkwoord
Woordfamilie van snuif
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snuifje | verkleinwoord | snuif |
| snuifjes | verkleinwoord meervoud | snuif |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snuif zijn vastgelegd.