rund
zelfstandig naamwoord rʏntBetekenis
- een holhoornig en herkauwend zoogdier dat vaak gehouden wordt voor zijn melk en vlees of als trekdier
- een dom en onhandig iemand
- rond
Hoe spreek je rund uit?
/rʏnt/
Rund bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| n | nek |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — neuter
- holhoornig en herkauwend zoogdier, Bos taurus, dat vaak gehouden wordt voor zijn melk en vlees of als trekdier, de gedomesticeerde afstammeling van de sinds de middeleeuwen uitgestorven oeros (Bos primigenius)
- dom en/of onhandig iemand informal, person
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| runderen | meervoud |
| rundertjes | verkleinwoord, meervoud |
| rundje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rundjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘holhoornig herkauwend zoogdier’ voor het eerst aangetroffen in 1377.
Woordfamilie van rund
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rundertjes | verkleinwoord meervoud | rund |
| rundje | verkleinwoord | rund |
| rundjes | verkleinwoord meervoud | rund |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rund zijn vastgelegd.