Naar de inhoud

ruimen

iets leeg- of schoonmaken

ruimen is meer dan één woord

ruimen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈrœy̯mə(n)/

Betekenis

  1. iets leeg- of schoonmaken
  2. leegmaken van een graf na een zeker aantal jaren
  3. alle dieren uit een veestapel doodmaken en hun kadavers vernietigen als maatregel bij een uitbraak van besmettelijke ziekten
  4. (van wind) geleidelijk van richting veranderen, met de wijzers van de klok mee

Hoe spreek je ruimen uit?

/ˈrœymən/

Ruimen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrœymən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
œy huis
m maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. geleidelijk van richting veranderen, met de wijzers van de klok mee ergative

Vervoeging van ruimen

ruimenhele werkwoord — ruimdeverleden tijd enkelvoud — ruimdenverleden tijd meervoud — geruimdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ruim ruimde
jij ruimt ruimde
hij, zij, het ruimt ruimde
wij ruimen ruimden
jullie ruimen ruimden
zij ruimen ruimden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geruimd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geruimd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geruimd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geruimd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geruimd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geruimd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geruimd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geruimd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geruimd verleden tijd, deelwoord
geruimd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geruimd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geruimd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruimd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruimd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geruimd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geruimd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geruimd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geruimd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geruimd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geruimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geruimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geruimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geruimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geruimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geruimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geruimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ruim gebiedende wijs
ruimde verleden tijd
ruime aanvoegende wijs
ruimend onvoltooid, deelwoord
te hebben geruimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ruimen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ruimen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geruimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geruimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geruimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geruimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geruimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geruimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geruimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geruimd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geruimd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geruimd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geruimd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geruimd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geruimd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geruimd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geruimd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geruimd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geruimd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geruimd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geruimd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geruimd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geruimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geruimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geruimd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geruimd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ruimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ruimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ruimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geruimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geruimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruimd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geruimd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geruimd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ruimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ruimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ruimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geruimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geruimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geruimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geruimd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geruimd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geruimd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ruimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ruimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ruimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geruimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geruimd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ruimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geruimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geruimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geruimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geruimd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geruimd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geruimd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ruimen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ruimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ruimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ruimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geruimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geruimd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geruimd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ruimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ruim

Herkomst

van Middelnederlands rumen, op te vatten als afgeleid van ruim bn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ruimen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geruimd voltooid deelwoord ruimen
geruimde woordvorm ruimen
ruimde verleden tijd ruimen
ruimden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ruimen
ruimend onvoltooid deelwoord ruimen
ruimende woordvorm ruimen
ruimt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ruimen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruimen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ruimen

Hoe spreek je ruimen uit?
De uitspraak van ruimen is: /ˈrœy̯mə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent ruimen?
Ruimen is een werkwoord. Het woord betekent: iets leeg- of schoonmaken. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ruimen?
Je vervoegt ruimen als volgt: de tegenwoordige tijd is ruim, de verleden tijd is ruimde en het voltooid deelwoord is geruimd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ruimen?

Op ruimen rijmen 5 woorden, onder andere pruimen, ontruimen en kruimen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ruimen, uitspraak ˈrœymən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
pruimen 2
ontruimen 3
kruimen 2
fluimen 2
beduimen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ruimen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. U 4
  3. I 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ruimen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. U 2
  3. I 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ruimen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ruimen in het kort

ruimen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ruimen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ruimen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ruimen: iets leeg- of schoonmaken
Deel ruimen — standaardnederlands.nl