ontruimen
werkwoord ɔntˈrœymə(n)Betekenis
- een gebouw of gebied voorgoed verlaten en leeg achterlaten
Hoe spreek je ontruimen uit?
/ɔntˈrœymən/
Ontruimen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| œy | huis |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontruimen
ontruimenhele werkwoord — ontruimdeverleden tijd enkelvoud — ontruimdenverleden tijd meervoud — ontruimdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontruim | ontruimde |
| jij | ontruimt | ontruimde |
| hij, zij, het | ontruimt | ontruimde |
| wij | ontruimen | ontruimden |
| jullie | ontruimen | ontruimden |
| zij | ontruimen | ontruimden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ontruimd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontruimd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontruimd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontruimd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontruimd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontruimd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontruimd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontruimd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontruimd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontruimd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontruimd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontruimd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontruimd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontruimd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontruimd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontruimd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontruim | gebiedende wijs |
| ontruimd | verleden tijd, deelwoord |
| ontruimd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontruimd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontruimd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontruimd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontruimd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontruimd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontruimd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontruimd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontruimd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontruimd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontruimde | verleden tijd |
| ontruime | aanvoegende wijs |
| ontruimend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ontruimd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontruimen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontruimen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontruimd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontruimd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontruimd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontruimd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontruimd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontruimd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontruimd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ontruimd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ontruimd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontruimd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontruimd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontruimd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontruimd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontruimd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontruimd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontruimd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontruimd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontruimd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontruimd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontruimd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ontruimd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontruimd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontruimd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontruimd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontruimd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontruimd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ontruimd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontruimd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ontruimd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontruimd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontruimd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontruimd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontruimd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontruimd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontruimen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ontruimd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontruimd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontruimd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontruimen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van ruimen met het voorvoegsel ont-.
Woordfamilie van ontruimen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontruim | gebiedende wijs | ontruimen |
| ontruimd | voltooid deelwoord | ontruimen |
| ontruimde | verleden tijd | ontruimen |
| ontruimden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontruimen |
| ontruime | aanvoegende wijs | ontruimen |
| ontruimend | onvoltooid deelwoord | ontruimen |
| ontruimende | woordvorm | ontruimen |
| ontruimt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontruimen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontruimen zijn vastgelegd.