roven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zich zaken met geweld toe-eigenen
werkwoord
- zich wederrechtelijk en vaak met uitoefening van enig geweld toe-eigenen transitive
- een roof zn begaan intransitive
Vervoeging van roven
rovenhele werkwoord — roofdeverleden tijd enkelvoud — roofdenverleden tijd meervoud — geroofdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roof | roofde |
| jij | rooft | roofde |
| hij, zij, het | rooft | roofde |
| wij | roven | roofden |
| jullie | roven | roofden |
| zij | roven | roofden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geroofd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geroofd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geroofd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geroofd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geroofd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geroofd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geroofd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geroofd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geroofd | verleden tijd, deelwoord |
| geroofd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroofd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroofd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroofd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroofd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroofd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroofd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroofd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroofd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroofd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geroofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geroofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geroofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geroofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geroofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geroofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geroofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroofd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| roof | gebiedende wijs |
| roofde | verleden tijd |
| rove | aanvoegende wijs |
| rovend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geroofd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te roven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen roven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geroofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geroofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geroofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geroofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geroofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geroofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geroofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geroofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geroofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geroofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geroofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geroofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geroofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geroofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geroofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geroofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geroofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geroofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geroofd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geroofd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geroofd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroofd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal roven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal roven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal roven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geroofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geroofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou roven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou roven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou roven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geroofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden roven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden roven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden roven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geroofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt roven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geroofd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroofd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroofd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroofd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroofd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen roven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen roven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen roven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen roven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geroofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroofd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult roven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord roof
Herkomst
In de betekenis van ‘wegnemen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1130
Woordfamilie van roven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geroofd | voltooid deelwoord | roven |
| geroofde | woordvorm | roven |
| roofde | verleden tijd | roven |
| roofden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | roven |
| rooft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | roven |
| rove | aanvoegende wijs | roven |
| rovend | onvoltooid deelwoord | roven |
| rovende | woordvorm | roven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roven zijn vastgelegd.