plunderen
werkwoordBetekenis
- met geweld zich roerende goederen toe-eigenen uit de woning van iemand anders
werkwoord
- het met geweld zich roerende goederen toe-eigenen (uit de woning van) iemand anders transitive
- op de onder [1] beschreven manier bezig zijn intransitive
Vervoeging van plunderen
plunderenhele werkwoord — plunderdeverleden tijd enkelvoud — plunderdenverleden tijd meervoud — geplunderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plunder | plunderde |
| jij | plundert | plunderde |
| hij, zij, het | plundert | plunderde |
| wij | plunderen | plunderden |
| jullie | plunderen | plunderden |
| zij | plunderen | plunderden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geplunderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplunderd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplunderd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplunderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplunderd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplunderd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplunderd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplunderd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplunderd | verleden tijd, deelwoord |
| geplunderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplunderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplunderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplunderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplunderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplunderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplunderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplunderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplunderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplunderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplunderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplunderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplunderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplunderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplunderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplunderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplunderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plunder | gebiedende wijs |
| plunderde | verleden tijd |
| plundere | aanvoegende wijs |
| plunderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geplunderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plunderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plunderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geplunderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplunderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplunderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geplunderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplunderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplunderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplunderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplunderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplunderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplunderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplunderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplunderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplunderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plunderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplunderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plunderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘(be)roven’ voor het eerst aangetroffen in 1372
Woordfamilie van plunderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplunderd | voltooid deelwoord | plunderen |
| geplunderde | woordvorm | plunderen |
| plunder | gebiedende wijs | plunderen |
| plunderde | verleden tijd | plunderen |
| plunderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plunderen |
| plundere | aanvoegende wijs | plunderen |
| plunderend | onvoltooid deelwoord | plunderen |
| plunderende | woordvorm | plunderen |
| plundert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plunderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plunderen zijn vastgelegd.