pull
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel pʏlBetekenis
- trui die gemakkelijk over andere kleren kan worden gedragen
- aanlokkelijke inhoud of presentatie die de gewenste aandacht spontaan oproept, zonder druk uit te oefenen of daar uitdrukkelijk om te vragen
- (golf) slag waarbij de bal in een rechte lijn links van het doel wordt geslagen (bij linkshandige spelers: rechts van het doel)
- (cricket) slag waarbij de de batsman de bal meer naar links dan naar voren omlaag slaat (bij linkshandige spelers: meer naar rechts)
- (ultimate frisbee) worp waarmee een wedstrijd begint of na een doelpunt of na de rust wordt hervat
- (trekker-trek) sleepbeurt tijdens een wedstrijd
- (touwtrekken) nu! startsignaal voor het trekken
- trekken
- ruk
- aantrekking, aantrekkingskracht
Hoe spreek je pull uit?
/pʏl/
Pull bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ʏ | put |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als pul.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pullen | meervoud |
| pulletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pulletjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- slag waarbij de bal in een rechte lijn links van het doel wordt geslagen
- slag waarbij de de batsman de bal meer naar links dan naar voren omlaag slaat
- worp waarmee een wedstrijd begint of na een doelpunt of na de rust wordt hervat
- sleepbeurt tijdens een wedstrijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pulls | meervoud |
tussenwerpsel
- nu! startsignaal voor het trekken
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pull! | canonical |
Herkomst
van Engels pull zn
Woordfamilie van pull
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pulls | meervoud | pull |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pull zijn vastgelegd.