krul
zelfstandig naamwoord, werkwoord krʏlBetekenis
- spiraalsgewijs gekromde vorm
- lok haar die de vorm van 1 aanneemt
Hoe spreek je krul uit?
/krʏl/
Krul bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ʏ | put |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- lok haar die de vorm van [1] aanneemt
- in heel dunne reepjes gesneden gedroogde bladeren van de tabaksplant, Nicotiana tabacum op Wikispecies, bestemd als rookwaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krullen | meervoud |
| krulletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| krulletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krullen
- gebiedende wijs van krullen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krullen
Vervoeging van krul
krulhele werkwoord
Herkomst
[1], [2] van Middelnederlands crulle, in de betekenis van ‘omgebogen vorm, b.v. van haar’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van krul
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krulletje | verkleinwoord | krul |
| krulletjes | verkleinwoord meervoud | krul |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krul zijn vastgelegd.