kul
zelfstandig naamwoord, werkwoord kʏlBetekenis
- teelbal
- onzin, voor-de-gek-houderij
- bedriegen, voor de gek houden
Hoe spreek je kul uit?
/kʏl/
Kul bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ʏ | put |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kullen | meervoud |
| kulletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kulletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kullen
- gebiedende wijs van kullen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kullen
Vervoeging van kul
kulhele werkwoord
Herkomst
via Middelnederlands cul van Latijn coleus "teelbalzak" **[1] in de oorspronkelijke betekenis van ‘testikel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 **[2] in de tegenwoordig enige gangbare betekenis van ‘flauwigheid, onzin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901
Woordfamilie van kul
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kulletje | verkleinwoord | kul |
| kulletjes | verkleinwoord meervoud | kul |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kul zijn vastgelegd.