Naar de inhoud

ploegen

zwoegend, met grote moeite zich ergens heen bewegen

ploegen is meer dan één woord

ploegen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpluɣə(n)

Betekenis

  1. zwoegend, met grote moeite zich ergens heen bewegen
  2. zwoegend zich met grote moeite voortbewegen
  3. land met de ploeg bewerken

Hoe spreek je ploegen uit?

/ˈpluxən/

Ploegen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpluxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
l land
u boek
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. groepsseks van een meisje met meer jongens slang, unergative

Vervoeging van ploegen

ploegenhele werkwoord — ploegdeverleden tijd enkelvoud — ploegdenverleden tijd meervoud — geploegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ploeg ploegde
jij ploegt ploegde
hij, zij, het ploegt ploegde
wij ploegen ploegden
jullie ploegen ploegden
zij ploegen ploegden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geploegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geploegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geploegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geploegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geploegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geploegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geploegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geploegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geploegd verleden tijd, deelwoord
geploegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geploegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geploegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geploegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geploegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geploegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geploegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geploegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geploegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geploegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geploegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geploegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geploegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geploegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geploegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geploegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geploegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ploeg gebiedende wijs
ploegde verleden tijd
ploege aanvoegende wijs
ploegend onvoltooid, deelwoord
te hebben geploegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ploegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ploegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geploegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geploegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geploegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ploegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ploegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ploegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geploegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geploegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geploegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ploegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ploegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ploegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geploegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geploegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geploegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ploegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ploegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ploegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geploegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ploegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geploegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geploegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geploegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ploegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ploegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ploegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ploegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geploegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ploegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ploeg

Woordfamilie van ploegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geploegd voltooid deelwoord ploegen
geploegde woordvorm ploegen
ploegde verleden tijd ploegen
ploegden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ploegen
ploege aanvoegende wijs ploegen
ploegend onvoltooid deelwoord ploegen
ploegende woordvorm ploegen
ploegt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ploegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ploegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ploegen

Hoe spreek je ploegen uit?
De uitspraak van ploegen is: /ˈpluɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent ploegen?
Ploegen is een werkwoord. Het woord betekent: zwoegend, met grote moeite zich ergens heen bewegen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ploegen?
Je vervoegt ploegen als volgt: de tegenwoordige tijd is ploeg, de verleden tijd is ploegde en het voltooid deelwoord is geploegd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ploegen?

Op ploegen rijmen 9 woorden, onder andere vervoegen, samenvoegen en vervroegen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ploegen, uitspraak ˈpluxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vervoegen 3
samenvoegen 4
vervroegen 3
ongenoegen 4
beploegen 3
aanaardploegen 4
doechen 2
reddingsploegen 4
vroegen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ploegen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ploegen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

ploegen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ploegen in het kort

ploegen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ploegen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ploegen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ploegen: zwoegend, met grote moeite zich ergens heen bewegen
Deel ploegen — standaardnederlands.nl