vervoegen
werkwoord vərˈvuɣə(n)Betekenis
- omvormen van een werkwoord om wijze, tijd en persoon uit te drukken
- zich ergens naar begeven
- zich ergens bijvoegen, zich ergens bij aansluiten
Hoe spreek je vervoegen uit?
/vərˈvuxən/
Vervoegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| u | boek |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- opzoeken, zich aansluiten bij transitive
Vervoeging van vervoegen
vervoegenhele werkwoord — vervoegdeverleden tijd enkelvoud — vervoegdenverleden tijd meervoud — vervoegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervoeg | vervoegde |
| jij | vervoegt | vervoegde |
| hij, zij, het | vervoegt | vervoegde |
| wij | vervoegen | vervoegden |
| jullie | vervoegen | vervoegden |
| zij | vervoegen | vervoegden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| [A] vervoegen | canonical |
| ben vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vervoegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vervoegd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vervoegd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vervoegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vervoegd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vervoegd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vervoegd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vervoegd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vervoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vervoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vervoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vervoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vervoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vervoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vervoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervoegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vervoegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vervoegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervoegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervoeg | gebiedende wijs |
| vervoegd | verleden tijd, deelwoord |
| vervoegd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervoegd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervoegd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervoegd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervoegd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervoegd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervoegd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervoegd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervoegd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervoegd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervoegde | verleden tijd |
| vervoege | aanvoegende wijs |
| vervoegend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vervoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vervoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vervoegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vervoegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vervoegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vervoegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vervoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vervoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vervoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vervoegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vervoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vervoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vervoegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervoegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vervoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervoegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vervoegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervoegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervoegd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervoegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands vervoegen, op te vatten als afgeleid van voegen ww met het voorvoegsel ver- **[A.1] leenvertaling van Latijn conjugare ww **[A.2] beïnvloed door Frans rejoindre ww
Woordfamilie van vervoegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervoeg | gebiedende wijs | vervoegen |
| vervoegd | voltooid deelwoord | vervoegen |
| vervoegde | verleden tijd | vervoegen |
| vervoegden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vervoegen |
| vervoege | aanvoegende wijs | vervoegen |
| vervoegend | onvoltooid deelwoord | vervoegen |
| vervoegende | woordvorm | vervoegen |
| vervoegt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vervoegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervoegen zijn vastgelegd.