ploeg
zelfstandig naamwoord, werkwoord pluxBetekenis
- groep personen (bijv. arbeiders, sporters) met een gemeenschappelijk doel
Hoe spreek je ploeg uit?
/plux/
Ploeg bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| u | boek |
| x | acht |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- landbouwwerktuig om de aardoppervlakte, waarin het gewas wordt gezaaid of geplant, te keren, te verkruimelen en te leggen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ploegen | meervoud |
| ploegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ploegjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ploegen
- gebiedende wijs van ploegen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ploegen
Vervoeging van ploeg
ploeghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘landbouwgereedschap om de grond om te woelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240.
Woordfamilie van ploeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ploegje | verkleinwoord | ploeg |
| ploegjes | verkleinwoord meervoud | ploeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ploeg zijn vastgelegd.